Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

den, controle door het werkloozenfonds en van den plicht tot het aanvaarden van„passend werk" toegezegd, waaraan de zoo uiterst gewichtige sociale maatregel werd vastgeknoopt, dat uit hoofde van die voorwaarden de werklooze zich bij een arbeidsbeurs moest laten inschrijven.

Deze ingrijpende maatregel veroorzaakte een zeer groote toename der gemeentelijke werkloozenfondsen 1).

Een uitnemende ontwikkeling kwam sedert 1914 tot stand bij de vakvereenigingen zelf. Door eene constante wisselwerking van voorlichting en geuite wenschen eenerzijds, van een streven naar het voldoen aan de eischen van betrouwbaarheid en nauwkeurigheid, welke aan het verzekeringswezen gesteld moesten worden anderzijds, werden de vakorganisaties krachtig omhooggestuwd. Deze ontwikkeling in het sociale leven van Nederland werd in December 1916 bekroond door het vervangen van de voorloopige Rijksregeling door eene permanente *). De werkloosheidsverzekering werd een instituut van nationale beteekenis *).

Voor de armenzorg is het aantal der niet-aangeslotenen echter van verreweg de grootste beteekenis *).

Zooals de practijk leert bevinden zich onder de aangeslotenen nog steeds de betere enoeconomischminderzwakke elementen. Geheel buiten ieder verband staan de talrijke ongeorganiseerde bedrijven en de losse of los-yaste arbeiders, die bij gebrek aan werk het allereerst ontslagen worden en in handen der armenzorg vallen.

Er blijven ook als een vast verschijnsel diegenen over, welke

*) 1917: 34 gemeenten, die reeds Aug. 1914 een permanent werkloosheidsfonds bezaten, 62 gemeenten, die een tijdelijk werkloosheidsfonds hadden opgericht, en 131 andere gemeenten, waarvan een zeer groot deel zich voorzichtigheidshalve slechts voor tijdelijk constitueerde.

*) De algemeene regelen zijn vastgesteld in het K. B. van 2 Dec 1916 Staatsblad No. 522, ingevoerd 1 Juli 1917.

3) Het totaal der Rijkssubsidies was gedurende de afgeloopen jaren nog niet hoog te noemen. Wegens de abnormale tijdsomstandigheden en de overbelasting der bureaux met spoedeischend werk, zijn conclusies uit het weinige voorhanden materiaal niet te trekken. De geheele regeling begint eerst in 1918 volkomen te werken.

4) Op den ren Januari 1913 waren er in Nederland 189.030 aangesloten arbeiders (op i Januari 1914: 220.275), waarvan 58.876 (i Jan. 1914: 70.841) tegen werkloosheid verzekerd waren. Maandschrift van het C. B. voor de Stat.31 Jan. 1914.

Deze cijfers stegen "in de oorlogsjaren zeer aanzienlijk. 1 Jan. 1917: 3°3-76o aangesloten arbeiders, waarvan 142.870 dus bijna de helft verzekerd was.

Sluiten