Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

door constante productieverhoudingen steeds aan werkloosheid, of halvé werkloosheid lijden *), of welke bij voortduring gekort worden of zijn in hun werktijd, zoowel wat den normalen dagwerktijd, als den jaarwerktijd betreft.

Daartoe behooren in de eerste plaats de arbeiders in de bouwbedrijven en de aanverwante vakken. Bij deze categorieën komen talrijke perioden, van werkloosheid voor. Voor de havensteden vooral de arbeiders in het havenbedrijf; voor deze laatsten is een periodiek tekort aan werk een gewone toestand *). Vele kleinbedrijven sluiten zich ook daarbij aan

Hier raakt men de volkomen anarchie, die in het ondernemersbedrijf bestaat. Het tekort aan werk leidt tot dien toestand van chronisch gebrek aan voldoende inkomsten en dit wordt, behalve door niet te controleeren oorzaken, welke met den wereldhandel dermate verbonden zijn, dat practische hulp vooreerst niet te verwachten is, wederom veroorzaakt door de volslagen ongeorganiseerde, in geenerlei verband naast elkander produceerende bedrijven, vooral de klein-bedrijven. Deze nemen aan of ontslaan dikwijls onverbiddelijk de arbeiders, zonder ook maar eene poging te doen om de door hen gebruikte losse arbeiders door een overeenkomst eene aansluiting aan ander werk te bezorgen.

De ziekte-, ongevallen- en ouderdomsverzekeringen berusten op het principe der werkloosheid door persoonlijke onmacht om iets te verdienen, wat in het physische organisme van den mensch gelegen is, dus door natuurlijke, niet te beheerschen gebeurtenissen veroorzaakt wordt. Bij de werkloosheidsverzekering neemt het ophouden der inkomsten, veroorzaakt door een constante fout in de bedrijfsorganisatie, een groote plaats in.

J) Bv. in de timmerliedenvereeniging „Concordia inter Nos" waren van X31 werkloozen gedurende het jaar 1907 driemaal werkloos geweest: 28.4 %, viermaal werkloos geweest: n.84 %, vijf of meer maal werkloos geweest: 5.4 %. Een werkloosheid onder 8 dagen werd niet medegerekend. In het geheel waren 82.8 % meer dan eens werkloos. Bij de typographen waren van de werkloozen in 1907 45.7 % meer dan eens werkloos. Jaarverslag Gemeentelijk Fonds, enz. tegen Werkloosheid. 1907 Amsterdam. Zie biervoor ook volgende verslagen.

*) De toestanden in het havenbedrijf werden in het rapport der Engelsche armencommissie 1911 precies beschreven zooals ze in Amsterdam en Hamburg bestaan. Er zijn nog meerdere bedrijven aan toegevoegd: de spoorwegwerken, de wegenbouw, de markthallen enz. Minority Report, p. 598.

*) Ook de werkloozentelling in Duitschland heeft aangetoond, dat de groote bedrijven eene geringere werkloosheid aanwijzen dan de klein-bedrijven.

Sluiten