Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het gemiddelde aantal leden per vereeniging wees in de jaren 189(5—1917 eene vermeerdering aan van 71.09 op 75.51, terwijl in 1896—1917 eene vermeerdering der vereenigingen van 269 op 4.023 te noteeren viel 1).

De stuwkracht, de ontplooiing der vakbeweging vindt in Nederland bovendien eene bonte verscheidenheid van bodem als basis voor haar bestaan.

Het Katholieke Brabant en Limburg bieden voornamelijk het terrein voor de Katholieke patriarchale actie. Het zijn de eenige provincies, waar de confessioneele vakvereeniging het overwicht heeft. Zuid-Holland toont daarnaast eveneens eene sterke Katholieke krachtsontwikkeling. Werkgever eh werknemer staan niet scherp tegenover elkaar.

De groote, vrij afgelegen nijverheidscentra, met hunne exclusieve fabrieksbevolking, waar de groot-industrie hoofdzaak is, bieden door hun bloei en door de talrijk moderne, sociale maatregelen, ten voordeele van de arbeidersbevolking genomen, afgesloten, welvarende complexen, waar de vakbeweging moeilijk voet vat.

Het vrijzinnige, vooruitstrevende Noorden zoekt naar oplos-

*) Hunne vermindering en vermeerdering sedert 1896 wees aan:

1896 1913 j 1917 «)

Aantal Aantal Aantal

Vakver- Aantal Vakver- Aantal Vakver- Aantal

eenigin- leden, eenigin- leden eenigin- leden

gen gen gen

_ , 1 Protest.

s^neelê ( Christelijke 7 400 ■ 163 6.nr 196 10.M4

) R Kath. 65 3.879 643 30.769 1.038 60.384

Andere s 350 119 6.314 399 13.040

Totaal 74 4-639 924 43-194 I 1-523 63.448

Gemiddeld per vereeniging — 63.53 — 46.75 54-78

Soc. Dem. organisatie +

overigen 195 14.488 1.876 145.836 3.J00 330.313

Gemiddeld per Vereeniging — [ 74-3Q — 77-74 — 88.12

Totaal 269 19.117 2.800 189.030 j 4 023 303.760

Gemiddeld per Vereeniging — 7109 — 67.51 I — 75.51

*) Beknopt Overzicht van den omvang der Vakbeweging op i Januari 1917.

Sluiten