Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

singen in de bedrijfsorganisatie, is zeer open voor nieuwe denkbeelden, terwijl meer orthodoxe streken in hare behoudendheid bij den voorwaartschen stroom ten achteren blijven.

In alle provincies cirkelt de beweging verder. In Noord- en Zuid-Holland echter ligt de groote sterkte der vakbeweging, daar overtreft zij verre de andere provincies.

Binnen hare grenzen concentreert zij zich voornamelijk in de drie groote steden: Amsterdam, Rotterdam, den Haag. Van deze steden is het Amsterdam, dat verreweg het grootste aantal vakvereenigingen, de meeste leden, en ook het grootste aantal

stakingen kent.

Het brandpunt der vakbeweging ligt in de hoofdstad, vandaar uit wordt het geheele land beïnvloed.

Het aantal stakingen gemiddeld per jaar bedraagt:

1901-1905 1906-1910 1911-1915 1915 1916

Amsterdam .. 34.6 38.6 76.8 77 79

Rotterdam 8.6 13.6 26.6 19 33

den Haag .... 5.6 10.6 14 15 25 7 overige groote

steden tezamen 2234 '4-8

Toch begint langzamerhand die verhouding een weinig meer ten laste der andere provincies te veranderen, zooals ook de drie genoemde gemeenten naar verhouding iets van haar overwicht aan de kleinere gemeenten afstaan1).

Deze beweging is langzaam, toont echter neiging tot doorzetting. Het overwicht van Amsterdam zal echter spoedig een grens

*) Omvang der Vakbeweging op i Januari 1917:

Noord- en Zuid-Holland telden tezamen 56.01 % van alle georganiseerden in Nederland.

Amsterdam, Rotterdam en aen Haag telden te zamen 41.12 % van alle georganiseerden in Nederland. Gemiddeld ledental per vakvereeniging:

Het Rijk 75.51 personen

Noord-Holland 116.31 personen

Zuid-Holland 94.42 personen

Amsterdam 310.16 personen

Sluiten