Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ten eerste in de enkele groote gemeenten voor het veelvoud van werkgelegenheden in ldein-onderneming en ldem-bedrijf: voor die tallooze zaken, waar behuizing, arbeidsvoorwaarden en -vooruitzichten, de persoon van den patroon een moeüijk te overziene verscheidenheid bieden, waar het zoeken naar werk beteekent: het afloopen van ontelbare bazen, of het schrijven van tallooze somcitatie-brieven aan tal van ondernemers, en voor die bedrijven waar ook de ondernemer om snelle voorziening met goede krachten verlegen zit. In een groote stad met veel kleinbedrijf is de arbeidsbeurs dan de aangewezen bemiddelaarster.

Ten tweede voor de intercommunale arbeidsbemiddeling. Hier verruimen zich de nauwe grenzen van de stad tot het wijdere onoverzichtelijke land.

Met het groeiend aantal verspreide industrieën kan de binnenlandsche trek, dus de intercommunale arbeidsbemiddeling van groot belang worden. Het groot-bedrijf biedt hiervoor zeer veel minder kans op slagen zoowel voor de enkele, meer gevarieerde groot-ondememingen in een enkele stad, als voor de industrieele centra van zeer eenvormige exclusieve nijverheid (Twente, Feijenoord, enz.).

Deze intercommunale arbeidsbemiddeling, waartoe de eerste pogingen in 1904 gedaan waren, kwam als organisatie sedert dien tot ontwikkeling. In 1916 werd tot de, voor het oeconomisch leven van Nederland zoo belangrijke, definitieve stichting van een Rijks-Centrale Arbeidsbeurs overgegaan, welke dat jaar in werking trad, vereenigd met den dienst der Werkloosheidsver zekering *).

Het „Werkloosheidsbeslmt 1917" bestendigde de bepaling van 22 Augustus 1914, waarbij voor de werkloozen die aanspraak op eene uitkeering met Rijkssubsidie maakten, de inschrijving bij een arbeidsbeurs verplichtend werd gesteld •).

„Werklooze leden zijn verplicht, zich bij het intreden hunner

*) De stedelijke arbeidsbemiddeling te Amsterdam stelde zich in 1904 met drie arbeidsbeurzen in andere steden in verbinding. In 1906 werd het aantal uitgebreid, den Haag als middelpunt gekozen. In 1908 constitueerde zich de Vereeniging van Nederlandsche Arbeidsbeurzen, de intercommunale bemiddeling bleef aan den Haag overgelaten. In 1912 waren 19 gemeentelijke arbeidsbeurzen aangesloten. In 1914 werd zij overgenomen door de Directie van den Arbeid, waardoor zij eene voorioopige Rijksinstelling werd. In 1916 werd de Rijks Centrale Arbeidsbeurs, ressorteerende onder het Departement van Waterstaat, gesticht, welke 1 October 1916 in werking trad.

*) „Werkloosheidsbesluit, Hoofdstuk IV1".

Sluiten