Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

berichten over de omstandigheden der leerlingen in Duitschland en Zwitserland, voor de invoering van de desbetreffende wet, beheerscht hebben*): tuchteloosheid der leerlingen, door geen schriftelijke verbintenis verzekerde leer-verhou<iing, dus geen vaststellen van rechten en plichten, een niets-ontziend verbreken der betrekkingen van beide kanten — daardoor weer die gebrekkige vorming, waarvoor de baas zijn tijd slechts ongaarne beschikbaar stelt.

Deze steeds vluggere verwisseling van baas veroorzaakt een toenemende verwildering van den leerling. Voor eenige Amsterdamsche bedrijven bestaan daarover slechts klachten, bv. bij de smeden, „omdat de leerlingen zich in het geheel niet verbinden eenigen tijd bij den meester-smid te blijven, een systematisch onderricht niet loonend is —; zoodra de leerling iets meer bij een ander verdienen kan, verlaat hij zijn baas". Denzelfden toestand vindt men in de chocolade- en suikerwerkersbedrijven, waarin de specialiseering doorgedrongen is en de werkman eenzijdig ontwikkeld wordt. De gegevens wijzen ook op het uitbuiten van jonge werkkrachten. Er bestaat daar nog een bedrijfsvorm ten voordeele der voorwerkers.

Hetzelfde geldt voor het rwuwbedrijf, waar de jeugdige arbeider slechts eene zeer gebrekkige opleiding krijgt, omdat de volwassen werkman op stukloon zijn tijd niet aan onderricht, wat voor hem een verlies aan inkomsten beteekent, wenscbt te vermorsen. Evenzoo in sweaterrjedrijven, welke aan de leerlingen werk opdragen, dat ver boven hun kracht gaat, en dus zelden goede arbeiders kweeken; zoo in de kleedingindustrieèn, waar de jongens en meisjes slechts als arbeidskrachten beschouwd worden, wier hulp goedkoop te krijgen is.

In deze bedrijven is eene omwenteling in de productievormen van den, vroeger door geschoolde arbeiders verrichten arbeid ingetreden, welke veroorlooft, dat in de onderafdeelingen vele handgrepen door halfvolwassenen verricht kunnen worden. Bij de steeds losser wordende verhouding tusschen werkgever en -nemer, waar plotseling ontslag dikwijls voorkomt, bevindt de onvoldoend gevormde arbeidskracht zich in een onvoordeeligen

l) Lehrlingswesen (Gesetze Deutschland 1869—1878—1899) W. Stieda, Handw. d. St. W. Zie ook de Jaarverslagen der Zwitsersche leerlingpatronaten.

Sluiten