Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bezitten. Prestatie en tegenprestatie staan slechts in zeer zwak verband tot elkaar. Ofschoon het voorkomt, dat werkgevers den noodtoestand nog gebruiken, om een goedkoope werkkracht te krijgen, zijn toch de meeste arbeiders niet meer in staat tot concurrentie. Er heeft zich een eigen afgebakende soort van werkzaamheden gevormd, dat voor deze halve werkkrachten gereserveerd wordt. Hier wordt eene poging gedaan om het afglijden naar de armenzorg nog zoo lang mogelijk tegen te houden, wat in vele gevallen ook gelukt.

De algemeene ervaring met de armen aan deze arbeidsbeurzen opgedaan, heeft, behalve het niet in staat zijn tot eene voldoende arbeidsprestatie, in het bijzonder den onwil tot werken vastgesteld.

De wensch om onderstand te krijgen vormt hier het zwakke punt.

De berichten van de armbesturen bevatten daarover geen cijfermateriaal, slechts een voortdurende klacht over dit feit. Hiermede stuit men op eene groote leemte, welke in het tegenwoordige systeem der sociale hulpverleening bestaat. Het middel ter onderkenning is namelijk uiterst gebrekkig. In de groep, waarover hier sprake is, staan twee moeilijk te scheiden deelen naast elkaar — ten eerste, de werkwilligen en zij, die tot eenigen arbeid in staat zijn, ten tweede degenen, die niet werken willen maar tot arbeiden in staat zijn. In beide groepen treft men onder haar elementen alle graden van kunnen en willen aan, zooals ook alle denkbare typen van de eerlijke, vlijtige werkers tot de meest hopelooze dagdieven aanwezig zijn. Een arbeidsproef wordt zelden of nooit afgedwongen.

IV.

De plaatselijke werkverschaffing.

Wanneer er op de arbeidsmarkt geen vraag naar werkkrachten is, wanneer de werkloozenkassen uitgeput zijn of de arbeider ongeorganiseerd geweest is, dan moet de arbeidersbeweging uitgeschakeld worden als factor van steun. Men moet haar gebied verlaten en zijn toevlucht nemen tot hulpmiddelen van andere maatschappelijke klassen, welke ook door gecentraliseerde hulp

VAM MANEN.

Sluiten