Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het grootst percentage opleveren, terwijl numeriek de ongeschoolden en de sjouwerlieden als beroepscategorie verreweg het talrijkst aanwezig waren (op 3465 werkloozen resp. 481—512 personen). Een uitbreiding van het begrip „ongeschoold" toonde zelfs tegenover 2.021 vakarbeiders van de meest verschillende beroepen niet minder dan 1.444 ongeschoolden op het totaal aantal der werkloozen *).

Van 741 zg. geschoolden bleken bovendien:

geheel ongeschikt 10 %

middelmatig geschikt db 53 %

geschikt ±37%

Bij een nader onderzoek van 936 ongeschoolden bleek: t losse arbeiders waren steeds geweest 39.53 %, een beroep hadden uitgeoefend 60.47 %•

Bij de meesten droeg de totale ongeschiktheid in het geleerde vak de schuld tot den terugval tot lossen arbeider; maar velen hadden geen beroep geleerd, omdat ze meenden met lossen arbeid meer te kunnen verdienen.

Een zeer opmerkelijk feit kwam door het onderzoek naar de geboorteplaats aan het licht.

Van de 936 ongeschoolden waren 678 = 72.43 % te Amsterdam zelf geboren. Dit percentage is zeer hoog te noemen, daar de in Amsterdam geborenen in dit jaar ± 66.3 % der bevolking bedroegen, terwijl van de gezamenlijke werkloozen slechts 55.74 % in de plaats zelf geboren bleek. De quaestie der immigratie vermengde zich met het probleem van de plaatselijke werkloosheid.

Het was niet na te gaan, hoeveel malen zij in hun normaal arbeidsleven gewoonlijk van betrekking veranderden; dat had alleen in eene voortgezette statistiek vastgesteld kunnen worden. De werkloozen in de bouwbedrijven en de ongeschoolden bewijzen, dat het grootste percentage op ongeregelde arbeiders neerkomt, die dus voortdurend, zij het ook dikwijls onderbroken, met werkloosheid te kampen hebben. De werklieden van 40—54 jaar waren het talrijkst vertegenwoordigd (40.6 %).

.*) Dit resultaat kan geen betrouwbaren indruk over de werkloosheid geven. Zoo meldden zich bv. op 9,409 diamantbewerkers slechts 16 als werkloos aan, ofschoon naar schatting het aantal veel grooter moest geacht worden. Ook waren al diegenen uitgesloten, die er in de laatste drie jaar bijgekomen waren tüt een andere plaats. Waarschijnlijk zijn ook velen niet in aanmerking gekomen, omdat met den aard van hun beroep niet voldoende rekening kon gehouden worden.

Sluiten