Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het aantal van 2.035 personen, dat zich onder valsche opgaven in den tijd van een paar maanden aanmeldde naast het aantal van 4.450 personen, dat ten slotte ondersteund werd, is overweldigend *).

Met de werkverschaffingsarbeid is in het geheel niet bereikt wat men hoopte. Hoe inderdaad de arbeidsdwang werken zou tot verlichting der sociale hulpverschaffing en vooral hoe ver de schifting van arbeidsschuwen en tot arbeid geschikten tot herstelling van een meer gezonden toestand zou bijdragen, kan alleen omschreven en niet met cijfers vastgesteld worden *). Wel bewijzen de ervaringen, dat de massa der arbeidsschuwen groot is — en dat psychisch eene ondersteuning zonder tegenprestatie vernietigend werkt.

De juiste voorwaarde voor eene doelmatige hulpverleening, een middel tot scheiding van arbeidswilligen en arbeidsschuwen ontbreekt dus nu nog geheel in de organisatie van de Amsterdam-

*) Het aantal aanmeldingen was in geenen deele beslissend voor de toenmalige werkloosheid; er bestaan daarover geen betrouwbare cijfers en daardoor vervallen ook de verdere vergelijkingen, welke gemaakt konden worden. Ook de interessante beschouwing, of die beroepen, waar de leerlingenkweek het sterkst bloeit, het grootst aantal werkloozen opleveren, kan zonder een uitgebreid, speciaal onderzoek betreffende de beroepen der ondersteunden, wat Amsterdam aangaat, niet gegeven worden.

*) Alleen geven de mededeelingen van bet Burgerlijk Armbestuur eenigen houvast, of er groepen van hulpbehoevenden uit het totaal aantal afgescheiden en aan het werk gezet zouden kunnen worden. Op 100 ondersteunden vindt men als reden vermeld: door werkloosheid wegens buitengewone oorzaken:

Ondersteund:

t ,,, , .... Giftenm

Jaren Wekelijks

f eens

1893 34.9 56.3

1898 21.5 20.4

1906 7.9 21.8

1909 ; 13-7 35 -

19H 13-7

Statistisch Jaarboek der Gemeente Amsterdam, Deel I, 1913.

Over een tijdvak van circa 20 jaren waren er op 100 ondersteunden niet minder dan gemiddeld 13 personen, die een wekelijksche ondersteuning wegens werkloosheid genoten hadden.

Dat door de werkverschaffing het Burgerlijk Armbestuur verlicht werd, wordt in de Verslagen eenige malen erkend. Een groep van werkloozen, tot arbeid geschikten, die dus niet tot de werkelijke armen behoorden, heeft dus geëigende hulp gehad. Een grooter deel zou dus in staat zijn geweest in geval van eene georganiseerde werkverschaffing, bv. van zijde der Burgerlijke Armenzorg, nog eene zekere mate van zelfstandigheid te behouden.

Sluiten