Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

sche sociale hulpverleening. Ook ontbreekt het systematisch benutten van halve krachten.

Daardoor begaat men de grootste, psychische fout, welke men in de weldadigheid maken kan, namelijk het uitschakelen van werk als factor tot het verkrijgen van ondersteuning.

Waar dit niet vooropstaat, valt de anders flinke hulpbehoevende in handen van de armenzorg, d. w. z. hij wordt het offer van de „moralische Krankheit", zooals Schwander ze noemt, die de armenzorg veroorzaakt. Deze haalt uit de rijen der arbeiders talrijke elementen naar beneden en maakt, dat het verloren zelfgevoel en de verloren zelfstandigheid niet zoo gemakkelijk weer teruggewonnen kunnen worden, tot schade van de persoonlijkheid, tot schade van de gemeenschap en met opoffering van groote kosten, welke veel winstgevender hadden aangewend kunnen worden.

Hoe vaker de wisselwerking zich voltrekt van los werk, of zelfstandigheid door wilskracht, door ingespannen werk, naar de armenzorg, des te slapper en willoozer zal de werkman telkens uit deze ledigheid en onzelfstandigheid tot den ingespannen arbeid terugkeeren1).

Art. 29" van de Nederlandsche Armenwet 1912 zegt echter zonder verdere wettelijke aanvulling, dat aan de tot arbeid geschikte armen de ondersteuning voor zoover mogelijk in den vorm van arbeidsloon gegeven moet worden. Een arbeidsplicht voor de armen is niet vastgesteld, in de practijk is eene goede regeling nog niet gevonden.

') Men heeft in de armenzorg altijd met een zekere mate van arbeiderssurplus te rekenen. Dit surplus omvat de twee verschillende groepen, welke men getracht heeft te scheiden. Men zou deze naar het voorbeeld van Frankiurt, ook om psychische en uit rechtvaardigheidsredenen anders moeten behandelen, want daar evenals hier is bet waar: „dat onder de zich als werkloos aanmeldenden zich niet alleen heden bevinden, die ernstig werken willen, maar dat in grooter of geringer aantal daaronder ook menschen zijn, die voortdurenden arbeid heelemaal niet zoeken, veeleer van de hand in den tand leven, dan hier dan daar tijdelijk werk aannemen en blijkens hun geheele manier van leven telkens tot uitspattingen geneigd zijn". In Frankfort is daarom de noodzakelijkheid gebleken om de gelegenheid tot werken zoo in te dèelen, dat de werkwilligen, zonder gevaar om door de anderen gestoord te worden, beziggehouden kunnen worden, terwijl voor de anderen echter het wezen der arbeidsorganisatie in den grond strenger ingericht moest worden. Er was geen reden voor om de, aan de laatstgenoemden gegeven gelegenheid tot werken niet als armenondersteuning te karakteriseeren, terwijl voor en na aan het tot nu toe gevolgd beginsel vastgehouden moest worden, dat de toewijzing van arbeid voor de werkwilligen niet als een ondersteuning aangezien mocht worden.

Sluiten