Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

landsche verhoudingen. De eigenlijke industrieele ondernemingen wijzen per bedrijf zeer kleine aantallen van losse werkkrachten aan *).

Het aaneenschakelen van los werk woedt aan de energie van den arbeider zelf overgelaten. Locale ligging en verhoudingen, arbeidsgelegenheden en loontarieven in de meest afgelegen streken, oefenen een aantrekkenden of afstootenden invloed uit. Amsterdam heeft eene aantrekkende werking, niet alleen op de naaste omgeving, maar min of meer op het geheele land, zoowel op landarbeiders als op stedelijke arbeidskrachten.

In de provincie Noord-Holland heerscht een chronisch gebrek aan vaste landarbeiders en valt een groeiend aantal losse werklieden tegenover een afnemend aantal vaste krachten te constateeren *), ofschoon de snelle ontwikkeling van den landbouw eene tegengestelde beweging verlangt. Nu tracht deze losse werkman welzijn arbeidsjaar vol te maken in de steden, of in de om de steden verspreid liggende industrieën; de losse arbeider uit de stad waagt zich echter nooit of slechts zeer zelden *) weer op het land, daar het eenzame werk hem afstoot *). In den omtrek van Amsterdam is door stijgende welvaart, vooral door het streven van den arbeider om met zijn verhoogd loon langzamerhand een eigen stukje land te verkrijgen de trek naar de steden kleiner geworden.

De grond, die daar in hoofdzaak aan openbare lichamen, gemeenten etc of aan kerkelijke weldadigheidsinstellingen behoort, wordt bij grootere uitgestrektheid in perceelen verdeeld en in pacht gegeven.

Het rondtrekken van losse landarbeiders in hunne eigen provincie of de immigratie uit andere provinciën in hooi- en oogsttijden is zeer groot; deze arbeiders trekken weer terug naar hun geboorteplaats : de hooiers uit Gelderland en Overijsel, de tuinders uit België en Zeeland. De Zuid-Hollanders komen in de lente en vertrekken weer als de vlasbouw in hunne provincie begint. Uit Friesland, Noord-Holland, Utrecht, Zeeuwsch-Vlaanderen voegen zich daarbij de overigen. In April, Mei en Juni wieden en

*) Vgl. Uitkomsten der Beroepstelling in het Koninkrijk der Nederlanden CLXVII (1909).

2) Verslagen betreffende den oeconomischen toestand der Landarbeiders in Nederland A. II. Noord-Holland, enz. Staatscommissie voor den Landbouw. s) Vgl. o.a. He Verslag van de Tweede Subcommissie, p. 145. 4) Verslagen betreffende etc. Landarbeiders, idem.

Sluiten