Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Gelukt het aan den lossen werkman niet om zijn werkjaar vol te maken, dan vervalt hij spoedig tot armoede en komt bij de armenzorg terecht *), die hem misschien door werkverschaffing tracht te helpen, echter meestal slechts de voeding of geldondersteuning als eenige hulp in toepassing kan brengen.

In Engeland heeft de buitengewone uitbreiding van de industrie aan het probleem der werkloozen eene beteekenis gegeven, welke in Nederland met zijne meer gelijkmatige verdeeling van landbouw, industrie en handel niet bestaat.

Bij een gelijkblijvend ongeorganiseerd, industrieel systeem en met de toenemende tendens om de fabrieken ver uit elkaar op het land op te richten, zullen zich de arbeidscentra echter vermeerderen •) en daarmee ook het surplus, dat zij tot het hoogstnoodige of meer, aan overtollige krachten voortbrengen •). Het vraagstuk zal zich dus eerder verscherpen en tot eene oplossing nopen. Het werkloozenprobleem en tevens het armenvraagstuk zou door eene betere bedrijfstechniek zuiverder gesteld worden. Het is een dringende taak van de sociale politiek en niet minder van de bevoegde ondersteuningsorganen om het materiaal hiervoor te verzamelen en te bewerken *).

Het langzaam aan in elkander grijpen van het Nederlandsche sociale raderwerk heeft het mogelijk gemaakt den band te leggen tusschen werkloosheid en arbeidsbemiddeling voor die categorieën van leden van vakvereenigingen, welke chronisch lijden aan eene gebroken arbeidsperiode.

Diegenen, welke nog niet in eene vereeniging zijn samengevat, ontberen vrijwel alle sociale hulp. De strijd tegen de armoede kan voor dezen aanmerkelijk verlicht worden door een zaakkundig ineenvoegen der gebroken werkperioden op de verschil-

*) Vgl. bv. III Verslag van de tweede subcomissie, Hoofdstuk Losse Arbeiders te Utrecht.

2) Dr. L. van Nierop, De Bevolkingsbeweging der Nederlandsche stad, Beschrijving van Handel en Nijverheid in Nederland, samengesteld onder leiding

van Mr. J. C. A. Everwijn.

3) John A. Hobson, Problems of poverty, zegt hierover: „Lowskilled labourers etc. largely contribute to this class and the curse of whose life is not so much low wages as irregularity of employment, and the moral and physicaldegradationcausedthereby."

*) Door de gebrekkige gegevens is een uitwerken van dit vraagstuk nu, 191?, vrijwel ondoenlijk. Wellicht zou het invoeren van een arbeidsboekje voor de losse werklieden, of het verplicht stellen van mededeeling aan, of betrekken over de arbeidsbeurs van losse werklieden door de werkgevers, vooral door hen, die een periodiek bedrijf voeren, eene oplossing brengen. De Centrale Arbeidsbeurs, de Kamers van Arbeid, de Werkloosheidsraad zijn reeds aangewezen organen voor het onontbeerlijke onderzoek.

VAN HANEN.

5

Sluiten