Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

centage aandeel aan de landverhuizing over zee. Slechts 2 è. 3 duizend personen, vrouwen en kinderen incluis, vertrekken uit Ned. zeehavens naar N. en Z.-Amerika of Afrika. Bovendien vertrekken er nog een aantal uit andere zeehavens: Hamburg, Antwerpen enz. *). Alles bijeen zal het aantal emigranten voor overzeesche vestiging waarschijnlijk een zes a achtduizend per jaar bedragen *).

Ofschoon de Amsterdamsche vereeniging aanknoopingspunten met alle landen heeft, was het Ruhrgebied toch de belangrijkste plaats van vestiging. De daar aanwezige Nederlandsche vertegenwoordiger zorgt, dat de arbeiders geplaatst worden»).

De grootste moeilijkheid voor de vereeniging was wederom in de ondeugdelijkheid der arbeidskrachten gelegen. Rijp en groen meldde zich aan, doch meest losse arbeiders. Hunne geheele psychische dispositie heeft zich echter naar de onregelmatige arbeidsprestatie gericht. Zoodra zij in het Ruhrgebied eenmaal aan het regelmatige werk bezig zijn, doet dit zich gelden en wordt ziekte voorgewend om zonder verlies van betrekking deze onbestendigheid bot te vieren *). De regelmaat van het werk, ofschoon het in de mijnen, waar de meeste Nederlanders te werk zijn gesteld, £ uren per dag bedraagt, vormt een der lastig te overwinnen moeilijkheden. De vereeniging wenscht speciaal families te emigreeren, alleen voor vasten arbeid, om daardoor eene voortdurende vermindering der werkloozen te verkrijgen. De ervaring leert echter, dat eene woonplaatsverandering de meeste stedelijke arbeiders een onoverkomelijk bezwaar toeschijnt, niet zoozeer de arbeiders zelf, als wel aan hunne vrouwen en kinderen6).

') Statistiek van den loop der Bevolking in Nederland over 1913. Handelsberichten 13 Juli 1917, p. 339.

*) Vóór 1914. Door eene benadering van het aantal Ned. immigranten in verschillende landen is men tot deze schatting gekomen. Mededeeling Ned. Ver. „Landverhuizing".

') De Ver. v. Ned. Arbeidsbeurzen heeft weldra eene afdeeling te Oberhausen opgericht.

) Rapport samengesteld door de vertegenwoordigers der Emigratievereeniging, 1909.

*) De vereeniging had bv. een aanbod voor goede betrekkingen in het binnenland voor 48 gezinnen. Van de genoteerden, bovendien speciaal uitgekozen gezinnen om' het succes te verzekeren, vertrokken er slechts twéé, omdat de vrouwen en kinderen Amsterdam niet verlaten wilden, ofschoon de mannen over de 40 jaar oud waren, langen tijd zonder werk liepen en dus volgens de Amsterdamsche arbeidstoestanden geen kans op eene goede betrekking meer hadden (persoonlijke mededeelingen). Dit feit werd ook herhaaldelijk bevestigd door de werkloozen-enquête, speciaal bij de polderjongens. Verslag II 1913, p. 68.

Sluiten