Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Van de geëmigreerden bleven in het jaar 1908 80 %, dus een groot percentage, in Duitschland; alleen de ondeugdelijke elementen kwamen terug. Het bleek, dat niet gebrek aan arbeid of de zwaarte van het werk daarvan de oorzaak was, maar arbeidswees Gebrek aan energie en uithoudingsvermogen') leidde tot een overijlden terugkeer. Deze elementen moesten noodgedwongen bij aankomst weder bij de armenzorg terugkomen.

Dit feit is een der keerzijden van de emigratie, doch eene ervaring, welke door vele landen is opgedaan.

Bij een gunstiger conjunctuur zouden de goede elementen ook in hun eigen land dadelijk een plaats vinden; het zijn de ondeugdelijke, die het werkloozenprobleem vertroebelen en valschelijk de rijen der werkwilligen en tot arbeid geschikten aanvullen.

De Emigratievereeniging heeft dientengevolge de eischen tot uitzending aanmerkelijk hooger gesteld, daardoor gelukte het betere arbeiders te doen emigreeren; arbeidsschuwen en onbekwamen werden afgewezen. De in 1914 opgerichte Ned. Ver. „Landverhuizing", welke een Bureau ter voorhchting stichtte, had nog slechts een zeer beperkten werldaing'J.Ookzij bevestigde: „wie in Nederland niet tot het leveren van goed werk in staat is, zal ook veelal in den vreemde niets goeds bereiken" 4).

Het resultaat werd door zifting steeds bevredigender8).

Alleen een afvoer van ondeugdelijke werklieden zou echter de armenzorg inderdaad verlichten, want deze vormen den voortdurenden, zwaren druk. Op deze wijze wordt het eigenlijke doel dus niet bereikt.

Het evenwicht in vraag en aanbod, nagestreefd door eene emigratiepolitiek, wordt eveneens nagestreefd door de intercommunale uitwisseling van werkkrachten.

*) In bet eerste jaarbericht p. 7. De berichtgever stelt nog speciaal voorop, ten bewijze dat het werk niet als te zwaar aangemerkt kan worden, dat de meeste werklieden Duitschers zijn, die met geen zwaar werk genoegen nemen. De buitenlanders samen vormden 7.5 % van het totaal aantal in het Oberberg Amtsbezirk Dortmund te werk gestelden, de Oost-Duitschers (Polen, enz.) 36 %.

*) Zie voor den slechten indruk, welken men in het Rheinland aanvankelijk van de Nederlanders kreeg: Dr. I. Britschgi-Schimmer, Die Wirtschaftliche und sociale Lage der italienischen Arbeiter in Deutschland, p. 78.

8) Jaarverslagen over 1914, 1915 en 1916. De Ver. is gevestigd in het Ministerie van Landbouw, Nijverheid en Handel. Het Bureau ter Voorlichting werd geraadpleegd over die jaren door resp. 53, 102 en 183 personen.

4) Mededeelingen No. 16.

6) Tweede en derde jaarverslag der „Emigratievereeniging te Amsterdam".

Sluiten