Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Deze uitwisseling is in Nederland nog in het allereerste stadium van ontwikkeling.

Tot nu toe bleef ook de deelneming van Amsterdam aan deze interlocale bemiddeling van arbeidskrachten te gering om op een meer of minder gunstigen toestand van de arbeidsmarkt van invloed te zijn1).

Maar ook hier is de ervaring opgedaan, dat de werkman, eenmaal aan het groote stadsleven gewend, niet gaarne daarvan scheidt; de emigreerenden komen spoedig terug. In hoeverre de oeconomische verhoudingen, welke voor gemeenten en provinciën verschillend zijn, hare aantrekkende of afstootende werking *) uitoefenen moet hier onbesproken blijven.

De niet met getallen te bepalen, alleen door ervaring te omschrijven massa der losse, ongeschoolde, of slechts gedeeltelijk b uikbare arbeiders vormen dus voor de armenzorg van eene stad net grootste probleem. Deze massa is samengesteld:

A. uit in de plaats geborenen, die bijna steeds los werkman geweest zijn, of daartoe afgedaald zijn:

I. uit diegenen, die de stad tot geen prijs willen verlaten; II. uit diegenen, die slechts ongaarne de stad verlaten en

spoedig terugkeeren; III. uit diegenen, die de stad verlaten en zich in onafhankelijkheid ergens anders kunnen en willen vestigen.

l) Naar andere gemeenten werden geholpen:

i9°9 X13 werkzoekenden

1910 101

19" 9a

191a 82

1913 177

1914 269

1915 1.225

1916 2.393

Naar het buitenland werden geholpen: 1911 41 werkzoekenden

1912 78 „

1913 68

1914 70

1915 89

1916 ' 1

Verslagen van de Gemeentelijke arbeidsbeurs 1909—1917. *) Gemeentelijke steun bij Werkloosheidsverzekering, Rapport van de sub-commissie te Amsterdam, enz. 1906.

Sluiten