Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK IV.

DE STRIJD TEGEN DE ARMOEDE DOOR VERBETERING VAN BEDRIJFSVORMEN.

|

Het havenbedrijf.

De productie-voorwaarden en de bedrijfstechniek beheerschen ten slotte in hooge mate de arbeidsmarkt en de omstandigheden, waaronder de werknemers hun inkomen moeten verdienen. Het gaat hier niet om individueele, maar om massatoestanden, waarbij omvangrijke en talrijke menschengroepen betrokken zijn. Uit de groote menigte van werkloozen en werkzoekenden, wier eigenaardigheden op enkele concentratie-punten: bij de arbeidsbeurs, bij de werkverschaffing en deenng^tiepogingeneenigszins benaderd werden, treden twee groote groepen scherper naar voren. Het zijn de havenarbeiders en de arbeiders in de bouwvakken.

Onderzoekt men den toestand in andere steden, in andere oorden van het land, dan zullen zich misschien weer andere groepen naar voren dringen, die daar van het meeste gewicht zijn.

Toch blijven deze groepen,vooral wegens de tallooze ongeschoolden daaronder, van nationaal en niet alleen van locaal belang.

De twee genoemde groepen vormen het grootste probleem voor het armenvraagstuk en moeten daarom als verschijnsel nader onderzocht worden.

Nederland, stapelplaats en transitoland, telt buiten Amsterdam en Rotterdam nog een groot aantal kleine havens, waar eene meer of minder omvangrijke concentratie van ongeschoolde arbeiders plaats vindt. In deze havens zijn de nadeelen van het ongeregelde bedrijf in geringe mate aanwezig. Of er bestaat een vaste loondienst, óf andere bedrijven treden aanvullend op, zooals de visscherij in den Helder, de landbouw in Delfzijl en Hoek van Holland, in Hellevoetsluis en Harlingen; in Vlissingen is de

Sluiten