Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

expansie der arbeidskrachten daarentegen zeer beperkt, in Terneuzen vullen zee- en binnenscheepvaart elkaar aan. In Zaandam en Velsen, beide houthavens, heeft het havenbedrijf een geregeld karakter, de bijzondere bedrijfsvorm werkt minder ongunstig op de arbeiders in. In de groote havens, speciaal Rotterdam en Amsterdam, heeft de schadelijke inwerking van het bedrijf echter in vollen omvang plaats en deze steden toonen een toestand van de arbeiders, overeenkomstig met de buitenlandsche havens: Liverpool, Hamburg, Marseille.

Hier in de haven heeft het lossen en laden, het stapelen, stuwen, lichten, sleepen en opslaan van de uit alle werelddeelen komende goederen plaats.

De werkzaamheden op dit verzamelpunt toonen een zoo onregelmatigen bedrijfsvorm, dat alle pogingen om deze afdoend te regelen mislukken.

De kenmerkende eigenaardigheden van het havenbedrijf zijn: eene tijdelijke en quantitatief onregelmatige behoefte aan arbeidskrachten. Daartegenover een overmatig uitzettingsvermogen van aanbod van werkkrachten, dat menigmaal zelfs de grootste vraag ver overtreft.

De nooit te ontkomen invloed der natuurelementen, de onvoorziene factoren der zee-scheepvaart doen de poging, het bedrijf als eene industrieele onderneming te regelen, van te voren reeds tevergeefs voorkomen.

Het spel van vraag en aanbod van arbeidskrachten toont aach hier in de haven voortdurend in den primitiefsten en dikwijls meest drastischen vorm.

De bedrijfsvorm in Amsterdam is anders dan in Rotterdam. Daar, heeft de algemeene vrachtvaart, dus de „wilde" booten, die de haven op ongeregelde tijden aandoen, verreweg het overwicht, in Amsterdam zijn het de groote zee- vaartlijnen en de beurtschepen, welke het havenverkeer beheerschen.

Het laden en lossen wordt door de reederijen in eigen beheer en door cargadoors, die het werk door eigen stuwadoors laten uitvoeren, bezorgd. Deze zijn bijna allen bij eene vereeniging van werkgevers aangesloten; circa l/» van het aantal zeeschepen en slechts */M van den geheelen havenarbeid behoort niet tot hare competentie1). De zeeschepen nemen het grootste deel van

') Verslag Haventoezicht uitgeoefend over 1912, p. 40—44.

Sluiten