Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De loonen.

uur gelost worden; dat is de maximum arbeidstijd, waartoe een enkele ploeg van arbeiders in staat is. De werktijden worden verder nog bepaald door de soort lading; granen en steenkolen bv. worden dikwijls 's nachts gelost, hout echter nooit. Ook Zondags wordt nog veel gewerkt. De afvaarten van de mailbooten zijn op den Zondagsarbeid van invloed, ook de omstandigheid, dat op Zondag de groote stoomschepen het best gebunkerd worden, omdat andere schepen dan daardoor niet verontreinigd worden. De groote zeevaartlijnen maken het meest gebruik van den Zondagsarbeid *). Maar ook de beurtschepen, welke op een bepaalden dag schoongemaakt moeten zijn, maken daarvan gebruik. Bij de wilde booten is de Zondagsarbeid veel kleiner en meestal gedwongen om den termijn der contracten te kunnen nakomen.

Deze arbeidsregeling, die door talrijke natuurlijke en oeconomische factoren bepaald wordt, maakt het begrijpelijk hoe de hoop op werk, zelfs op uiterst loonend werk, steeds levendig blijft. Het verklaart ook, hoe deze arbeidsverhoudingen eene groote aantrekkingskracht op alle aanwezige, vrije arbeidskrachten uitoefenen, zelfs op de onbekwamen, welke alleen in uurloon nog iets kunnen presteeren. Het bedrijf wordt echter daardoor met arbeidskrachten overstroomd *). Vaak wordt het totaal loon in weinig deelen verdeeld, dikwijls in veel *). De massa is samengesteld uit diegenen, die hunne geheele verdienste uit dit bedrijf moeten halen, uit diegenen, die het als aanvullingsinkomen kunnen beschouwen en uit een zeer groote groep, die alleen af en toe deze bron van inkomsten tracht te gebruiken; deze vormen eene ongeorganiseerde massa, welke op geen manier in eenig verband samen is te brengen of te houden.

') Verslag over het Haventoezicht, 1910: Directie v. d. Arbeid, id. 1913. In 1912 werd op 51 Zon- en feestdagen gewerkt op 119 schepen. Zie ook volgende Verslagen.

*) Een op 4 April 1910 te Rotterdam gehouden telling wees uit, dat gemiddeld van circa 8.000 arbeiders 3.000 tot 3.500 bij het eerste aanbod 'smorgens afgewezen werden. Eenzelfde telling op 25—30 Juli gaf bij een veel hooger aanbod een iets kleiner getal afgewezenen. Des namiddags werden toen nog 4—6.000 aangenomen. Het totaal aantal havenarbeiders werd op circa 13.000 geschat.

') Hiernaar heeft Ferdinand Tönnies indertijd een interessant onderzoek ingesteld: „Die Enquête über Zustande der Arbeit lm Hamburger Hafen. Archiv für Soziale Gesetzgebung und Statistik 1898.

Voor Nederland: Staatscommissie over de werkloosheid II. Verslag van de eerste sub-commissie 1913.

Sluiten