Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gevochten, een, hoewel steeds minderend, gebrek aan wachtlokalen heeft groote nadeelen voor de gezondheid medegebracht1), de voeding is onregelmatig en blijft ook dikwijls achterwege, wanneer plotseling werk in 't zicht is. Zware msparming en groote verslapping volgen elkaar op, perioden van plotselinge uitspattingen volgen op die van groote armoede; er worden van de eene loonbetaling tot de andere dikwijls zoo groote schulden gemaakt, dat het zooeven verdiende loon reeds niet meer aan den arbeider toebehoort. Het moreele niveau staat zeer laag en de oeconomische basis is uiterst onzeker en zwak. Daarbij komen nog meer-^ dere ongunstige omstandigheden: bv. veel alcoholgebruik, oni de groote vermoeienis tijdens den langen werktijd te verdrijven.

Hieruit worden dus de elementen gerecruteerd, welke in zob hooge mate het probleem der werkloosheid, vooral het probleem van een tekort aan werk vormen. Door zijne centraliseerende werking op alle ongeregelde levens en tengevolge van eene voortdurende schifting wordt steeds het aantal der dóór dit bedrijf ató i waardeloos uitgeworpen elementen aangevuld. Het havenbedrijf bewerkt een snellen physischen en moreelen ondergang van den arbeider, eene ervaring, welke in alle groote havensteden is opgedaan. Het verbruikt de krachten in korten tijd.

De ontwikkeling van het handelsverkeer veronderstelt een evenwijdig stijgen van de ongeschoolde arbeidskrachten. Een tegengestelde werking wordt door de verbetering van de technische hulpmiddelen bereikt. De invoering van de graan-elevatórs in 1908 in Rotterdam heeft bv. een groot, al is het ook voorbijgaand surplus van arbeidskrachten veroorzaakt.

In hoeverre deze factoren op elkaar inwerken zullen, moet hier buiten beschouwing blijven. Het is tot nu toe een feit, dat het aantal ongeschoolden in Rotterdam en Amsterdam eene groote vermeerdering aanwijst; in Rotterdam steeg het aantal in 1889—1909 van 2.184 op 15.063, in Amsterdam van 3.695 op circa io.oooa).

Daar echter de aard van het bedrijf met zich medebrengt, dat

*) De te Amsterdam ingerichte wacht- en schaftlokalen, meestal gepacht door den „Volksbond tegen Drankmisbruik", brachten hierin groote verbetering.

2) Voor Hamburg bv. is het aantal niet vast te stellen. De beroepsstatistiek vat onder den naam ongeschoolden arbeider ook dienstboden en arbeiders voor persoonlijke^ dienstpraestaties samen. Eene statistiek geeft onder de rubriek „wisselende loonarbeid" een vermeerdering in de jaren 1882—1907 van 7.814 op 1.6051 personen; onder de rubriek „ongeschoolden" een vermeerdering van 109.713 óp 147.211 (1895—1907).

Sluiten