Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bevolkingsaanwas.

Aanbesteder en eigenbouwer.

De ontwikkeling van den woningbouw en de groei der bevolking stonden zoowel te Amsterdam als elders in slechts zeer gering verband met elkaarl).

Grillig staan de cijfers van bevolkingsaanwas, en van nieuwbouw over de tweede helft van de 19e eeuw gegroepeerd.

Tegenover eene bevolkingstoename bv. van resp. 15.5 % en 22.4 % staan een onderling even groot aantal nieuw gebouwde huizen, welke echter aanmerkelijk minder in aantal zijn dan die, gebouwd in het jaar met eene bevolkingstoename van 8 %.

Deze aanwas vormt dus reeds een uiterst onzekeren factor voor eene schatting van de toekomstige behoefte en dekking in den huizenbouw.

Een tweede onzekere factor bestaat door het ondernemersbedrijf zelf. tayja

Hierin staan de aanbesteder en de aannemer als twee gewicht tige drijfkrachten naast elkaar.

De bouwheer, aanbesteder en lastgever tot den bönw, dus de tegenwoordige of toekomstige eigenaar,. kan laten bouwen met eigen kapitaal, kan eveneens kapitaalloos zijn. Hij heeft meestentijds geen verstand van bouwwerken, is geen deskundige, geen bouwer (ingenieur, architect of bouwkundige). Hij roept bij den bouw de hulp van een deskundige in, of laat alles bij aanbesteding over aan den aannemer.

De ondernemer, de eigenlijke aannemer, uitvoerder, maar ook dikwijls eigenbouwer, kan een kapitaalkrachtige bezitter van fabriek of werkplaats aijn, patroon vaneen vaste kern van werklieden, die hij door aanvullend werk op eigen terreinen voor werkloosheid weet te behoeden. Hij kan echter ook een volslagen kapitaalloos ondernemer, particulier, timmerman of schilder wezen, zonder of bijna zonder vast werkvolk, door het ontbreken van eigen werkplaatsen niet in staat dit voor het volle werkjaar aan zich te binden, door de wisselvalligheid der opdrachten niet in staat hen voor werkloosheid te behoeden of zich zelf een regelmatig inkomen te verzekeren.

Deze onvaste omlijning van het ondernemersbedrijf is ten ieele veroorzaakt door de toestanden in de bouwbedrijven zelf.

*) Zie o.a. Bijlage E. van het Rapport: „de Toestand der werklieden in de Bouwbedrijven te Amsterdam", uitgebracht door de Commissie van onderzoek benoemd door den Gemeenteraad in zijne vergadering van 30 Juni 1897.

Sluiten