Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

plotseling uiteengaan van het werkvolk op een zelfde tijdstip.

Telkens staat dus de bouwvakarbeider weer op straat, moet hij een nieuwe arbeidsovereenkomst aangaan. Instede van vast werkman te wezen, is hij, als bedrijfsgroep, teruggezonken tot het peil der losse werklieden.

De seizoenwerkloosheid, vroeger zulk een onwrikbare factor in het bedrijf, begint voor den nieuwbouw in de groote steden veel van hare beteekenis te verliezen. Het verbod van metselen, bij de Rijkswaterstaatswerken loopende van 31 Oct. tot 1 April vindt niet meer een parallel in de gewoonte bij den huizenbouw in de groote steden.

De cementmortel maakt het metselen alleen bij sterke vorst onmogelijk1).

Voortdurend zint men op het elimineeren van deze belemmering voor een voortwerken gedurende de wintermaanden, hetgeen vrijwel gelukt.

Eene vermindering van seizoenwerkloosheid valt dan ook, speciaal voor Amsterdam, te constateeren").

Het herstellingswerk, het verbouwen echter is zeer aan het jaargetij onderhevig; het geschiedt meestal in de zomermaanden. De werkloosheid voor Amsterdam toont voor de maanden December tot Maart nog hevige schommelingen, een enkele maal varieerend van 10 tot 70 %.

Daar zeer vele bouwvakarbeiders nog niet georganiseerd zijn *), is het percentage der werkloozen moeilijk te bepalen. De gemiddelde duur der werkloosheid der georganiseerden beliep doorgaans voor iederen werklooze bijna of ruim vijf dagen per week *).

Bovendien zijn voor den voortgang van het werk de verschillende categorieën van arbeiders afhankelijk van eikaars werk. Zij veroorzaken soms eikaars werkloosheid: de schilders kunnen al-

!) Verslag II van de Eerste sub-commissie van de Staatscommissie voor de Werkloosheid, tabellen p. 18—19.

2) Het vorstvrij maken van mortelspecie. Een middel om 's winters te kunnen blijven doormetselen. De Bouwondernemer 1911, p. 33, p- 100.

3) Het juiste percentage is moeilijk te berekenen. De beroepstelling 1909 heeft een aantal van ruim 174.000 pers. werkzaam in de bouwbedrijven. Het aantal georganiseerden zal 1917 op circa 15 % geschat mogen worden.

4) O.a. voor de jaren 1911 t/m 1917 over het geheele Rijk. Maandschrift van het C. B. v. d. Stat. 19 Dec. 1917, p. 1261. Voor Amsterdam o.a. Statistisch Jaarboek der Gem. Amsterdam, Jaargang 1909 (gepubl. 1911), p. 250: Werkloosheid van leden van vakvereenigingen in eenige bedrijven te Amsterdam 1906 t/m 1916. Timmeriieden, schilders en metselaars.

Sluiten