Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK V.

DE STRIJD TEGEN DE ARMOEDE DOOR VERBETERING DER BEDRIJFSLOOZEN.

De dakloozen, bedelaars en landloopers.

Daalt men nog een trede af, dan stoot men in de onderste lagen op een groep, welke een nog veel sterkeren graad van arbeidsschuwheid en ongeregelde levenswijze toont. De bedelaars en landloopers — het groote aantal zwervende maatschappelijke sclnpbreukelingen behooren hiertoe. Zij mengen zich onder de arbeidererjevolking, komen voort uit alle lagen, vertroebelen het probleem der werkloosheid en het armenvraagstuk, echter op eene andere wijze dan de voorheen genoemde groepen. Zij, de bedrijfsloozen, teekenen zich meestentijds veel duidelijker tegen den achtergrond af. Zij vormen geen vaag, niet te classificeeren verschijnsel.

Amsterdam toont onmiddellijk eene groote eigenaardigheid. Beschouwt men de tabellen der processen-verbaal wegens bedelarij en landlooperij, dan ziet men van het jaar 1870 af getallen van 3, 4 tot 500 per jaar. In 1890 zijn het er plotseling slechts 177, in 1892 27 en tot 1910 wisselt het getal tusschen cicra 10 tot 20 per jaar; daarna komt weer eene vermeerdering1).

De crimineele statistiek *) vermeldt voor de provincie NoordBrabant in de jaren 1901—1912 een afnemend aantal veroordeelingen van 765 tot 132 en voor de provincie Utrecht een toenemend aantal van 749 tot 1120 veroordeelingen in het jaar 1908, waarna een plotselinge vermindering plaats heeft. De overige provinciën wijzen een kleiner, vrijwel gelijkblijvend aantal veroordeelingen aan — ongeveer afwisselend tusschen 25—90 per jaar.

') Statistisch Jaarboek der Gemeente Amsterdam (t/m 191$). 2) Crimineele statistiek over het jaar 1912. Tabel 5, p. XIV. Idem over het jaar 1914 tabel 6, p. XIV (Gepubl. 1916).

Sluiten