Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Dit hoogst eigenaardig feit is niet tot staathuishoudkundige oorzaken terug te brengen, maar alleen daartoe, dat de opzettelijke bedelarij in de meeste gevallen bedreven wordt, om eene veroordeeling opzettelijk uit te lokken, ten einde zich weer van een gedwongen verblijf in de bedelaarskoloniën Veenhuizen en Hoorn te verzekeren *). Door groote overlading der rechtbanken in het algemeen en van Amsterdam in het bijzonder is een tijdlang de gewoonte algemeen geworden om kleine delicten niet meer te vervolgen *). De bedelaars werden spoedig gewaar, dat in dit of dat arrondissement de veroordeelingen niet volgden, zooals ze verwacht hadden; de stroom wendde zich dan tot die rechtbanken, welke sneller tot veroordeelingen overgingen. Op die wijze werden dus deze „begunstigd" *).

Dat Amsterdam niet verschoond bleef van het bezoek van zwervers en bedelaars wordt bewezen door de circa 214.000 maal, dat in één jaar (1913) door de politie, het Leger des Heils en de „Vereeniging Hulp voor Onbehuisde»" nachtverblijf aan hen verleend werd *).

Dat in Amsterdam niet gebedeld wordt zou bovendien eene foutieve veronderstelling zijn; het gebeurt echter door het te koop bieden van een of ander voorwerp, hetgeen niet verboden is. Buitendien is het bedelen binnen winkels, huieen, enz. niet in strijd met de wet, daar de strafbepaling alleen op hem van toe-

') Hoorn wordt sedert de invoering der zedelijkheidswetten gebruikt tot opname deY souteneurs. Deze komen niet in Veenhuizen.

2) Crimineele statistiek 1908.

3) Daartegen wierp men een dam op door de vervolging te beperken tot de in het arrondissement geborenen, en dooi/ strenger verschillende eischen tot opzending, bv. het vermogen tot arbeiden, te handhaven. Dit .zijn echter justitieele maatregelen, welke geen oplossing brengen en evenmin het hart der quaestie raken.

Deze maatregel werd wederom ingetrokken. Bijdragen tot de statistiek van Nederland No. 225, p. XXII (1914).

*) Het Leger des Heils en de Vereeniging Hulp voor Onbehuisden stellen slechts tegen eene kleine arbeidspraestatie hun huis ter beschikking van ieder, die zich aanmeldt. Slechts dronken menschen worden altijd geweigerd.

De verschrikkelijke toestand der slaapsteden, ware broeinesten van ontucht en criminaliteit, heeft tot! oprichting van deze twee inrichtingen geleid, waar het principe van een tegenpraestatie zoo goed mogelijk doorgevoerd wordt. In een klein aantal groote steden is men tot eenzelfde hulp verschaffing overgegaan. Eene overeenkomst met de pofitiè heeft ten gevolge gehad, dat ieder daklooze bij de politie een toegangskaart voor dit Tehuis voor Dakloozen kan krijgen.

De Ver. „Hulp voor Onbehuisden" verleende in 1913 181.990 maal een nachtverblijf, Het Leger des Heils 23.2x1 maal. De politie 6809 maal. Maandbericht van het Bureau van Statistiek der Gemeente Amsterdam Dec. 1914, tabel 39.

De oorlogsjaren moeten wegens de abnormale oorzaken eener veranderde cijferbeweging geheel buiten beschouwing blijven:

Sluiten