Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dat een nuttig leven mogelijk is, weer te doen ontstaan.

Bij de beschouwing der resultaten van de drie landbouwkolonies valt dadelijk het overweldigend aantal afgewezenen, jaarlijks geschat op meer dan drie duizend personen, op, hetgeen aan geldgebrek toegeschreven moet worden1). Alle drie de kolonies waren door financieele onmacht in hare ontwikkeling belemmerd. Ze dienen als doorgangshuizen, als opvoedmgsinrichtingen. Kolonisatie is echter het eigenlijke doel. Door de toegezegde regeeringssubsidie *) mag de periode der financieele onmacht afgedaan heeten, in de toekomst zal hun bestaansrecht bewezen moeten worden en hun bloei tot verwezenlijking moeten komen.

De elementen zijn daar, evenals in alle dergelijke kolonies, van groote verscheidenheid: zonder schuld werkloos geworden geschoolde arbeiders, menschen met verminderde arbeidskracht, op den verkeerden weg geraakten (dikwijls uit ontwikkelde kringen) — en ontslagen gevangenen.

Wegens het kleine aantal en de in verhouding korten arbeidstijd »jn gevolgtrekkingen voor Nederland nog moeilijk te maken*). De afgewezenen vormen nog het grootste probleem. Alleen kan aangeteekend worden, dat in de provincie Groningen de bedelarij bijna niet meer uitgeoefend wordt en arbeidsschuwen bevreesd rijn om ondersteuning te vragen, wegens de mogelijkheid om naar de arbeidskolonie aldaar verwezen te worden:.

Het aantal van meer dan 3.000, slechts wegens plaatsgebrek afgewezenen, is echter veelzeggend.

Deze afgewezenen vullen de werkinrichtingen,doen de lijsten der bedeelden groeien, vullen de tehuizen voor dakloozen en zinken steeds dieper, hoe langer men hen van regelmatig werk afhoudt *).

*) Mededeelingen verstrekt door de besturen der kolonies.

*) In 1914 voor het eerst verleend, sedert dien tot een minimum teruggebracht.

3) Hoogeland en Ganzenemmer (sedert opgeheven) kregen uit Amsterdam zooveel aanvragen, dat drie kolonies daarmee gevuld zouden kunnen worden (Mededeelingen van den Directeur).

In het verslag der Staatscommissie inzake Bedelarij en Landlooperij zijn de resultaten der Christ. Vereeniging voor bedelaars en landloopers over het algemeen „gunstig" genoemd. Echter waren 40—50 % daar voor de tweede maal opgenomen. De Duitsche arbeiderskolonies toonen ook een gemiddeld percentage aan van ± 40 % recidivisten.

Toch bewijzen de binnenlandsche evenals de buitenlandsche jaaroverzichten, hoe menigeen tot een geregeld werkleven teruggebracht werd door strenge tucht, waar, aan zij zich echter vrijwillig onderwerpen en dat in het buitebland de bedelende, rondtrekkende scharen daardoor zeer merkbaar verminderd worden, d. w. z. dat even zoovelen de verschrikkelijke ellende der uitgestootenen ontgaan zijn.

4) De Staatscommissie, die in 1906 benoemd werd, om een onderzoek van het

Sluiten