Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Men vond hier dus precies dezelfde leemte, welke in het systeem der armenzorg ligt, de met-splitsing van arbeidswilligen, arbeidsschuwen en tot arbeid ongeschikten. Hier vindt men echter een aanknoopingspunt met de armenzorg. Een behoorlijke armenzorg zonder goede organisatie is vooral in de groote steden even onmogelijk; als eene krachtige bestrijding der bedelarij zonder goede regeling der armenzorg. De behoeftigen, die zich bij de organen voor armenzorg aanmelden, zouden zich dus ook aan een systeem van schifting moeten onderwerpen. Dakloos zijn ze meestal niet, zwerven doen ze weinig, en bedelen doen ze alleen zeer verholen. Ze vallen dus buiten de reorganisatie-regeling voor bedelaars en landloopers, hoewel ze toch in nauwe betrekking tot dergelijke groepen staan. Tot nu toe bestaat het, ook voor hen zoo gewenschte, systeem van schifting niet.

Om de ontzaglijke ellende van het zwerversleven te ontvochten, bedrijven de dakloozen dikwijls de „openbare bedelarij", dus daar, waar ze van eene opzending naar eene Rijkswerkinrichting zeker zijn.

In Veenhuizen komen dus de meest heterogene elementen samen.

Het grootst aantal zijn wederom de ongeschoolden, die hier de rijen vullen, namelijk gemiddeld 60 %l).

bedelaars- en landloopersvraagstuk in te leiden en een plan ter regeling van deze materie te ontwerpen, wees in haar Verslag dadelijk op de grootste leemte in het systeem. Ze noemde de desbetreffende strafrechtsbepalingen als de eerste groote fout, welke zonder onderscheid gevangenisstraf oplegden en eveneens zonder onderscheid daarop een opzending naar de bedelaarskolonie eischten.

Deze strafbepalingen troffen dus zonder voorafgaande specialiseering de verschillendste elementen:

A. die bedelaars en landloopers, die niet werken kunnen (de invaliden en de onvrijwillig werkloozen);

B. die bedelaars en landloopers, die niet werken willen.

I Aantal der fluc- I Fluctueerende bevolking | tueerellde bevol- Daarvan zijn

king in Veenhui- ongeschoold

I zen

i i '

1901 "> , 5-3°3 personen 2.634 personen

I9°+ 5-133 ,. 3-3Ö3 ..

l9°' 3.886 „ circa 3.000 pers.

1910 | 3-416 „ I | niet gepubli-

1913 2.592 „ I I ceerd.

De vermindering in de aantallen is enkel en alleen te danken aan dè practijk der kantongerechten, die met eene poging tot nog mildere berechting begonnen zijn.

Sluiten