Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Duitschland ze in de laatste decenniën beleefde 1), deed zich in Nederland niet voor.

Amsterdam heeft tegenover de gemiddelde cijfers van Nederland echter een overwicht aan te wijzen in het aantal der in de industrie werkzamen"). De gunstige conjunctuur in handel en industrie had een toestroomen naar deze takken van bestaan sedert de 8oer jaren tengevolge. Ook in Nederland vond dientengevolge eene kleine verschuiving ten gunste van den handel plaats*).

Opvallend is ook de zoowel absolute als relatieve vermeerdering van het aandeel der vrouwen aan het bedrijfsleven. De „overige" beroepen in Amsterdam bv., welke O.a. het onderwijs, armwezen en de ziekenverpleging omvatten, vertoonen een vermindering bij de mannen, bij de vrouwen een vermeerdering van bijna twee duizend personen.

De relatief grootste vermeerdering in de verschillende beroepen toont de groep der ongeschoolden aan —- ze vermeerderde van 1889—1899 met 70 %y ofschoon de geheele vermeerdering in de industrie in Amsterdam 32:2 % bedroeg, in 1899

1909 verdriedubbelde deze groep zich ongeveer.

Voor Rotterdam vermeerderde deze groep van ruim twee duizend personen in het jaar 1889 tot ongeveer tien duizend in het jaar 18994), ze vervierdubbelde dus. Van 1899-^-1909 vermeerderde ze van tien duizend tot vijftien duizend personenydaYbeteekent dus eene vermeerdering van 50 %.

'JVerSnderungen der BevölkerungsgHedérüngen in der kapitaHstïschen Wirtschaft. Dr. W. Gerloff, 1910. *) In Amsterdam waren in 1909 op elke 100 personen 45.3 in de industrie werk. zaam teSen 30.a in den handel en verkeer. In Nederland respectievelijk 33.7 en 17.2.

De ongeschoolden.

Aantal personen

werkzaam in de volgende | ?IJ?e?l . % 31 Dec" 0/ ; 31 Dec.

beroepen in Nederland j 9 . | l8°9 ' j ° ,1,?00; j

P ~~\ i i ~~r~- ~ ~i ~~

ïndustne I 522.600 ( n.8 I 650.500 12.7 782.000" 13.3

Landbouw 524.600 tt- \ 570.200 616.300 10.5

Hand« ' i 268.700 | 6.- I 332.200 | 6.5 409.500 6.9

Men kan over deze verschuiving met recht opmerken, dat de productie en de productiviteit dikwijls töt het aantal der in de bedrijven werkzamenin geen verhouding staat. Sommige bedrijven bereike* "veel met weinig arbeidskrachten en omgekeerd Conclusies voor de volkswelvaart zijn hieruit niet te trekken. Slechts de numerieke verhouding van verschillende groepen wordt daardoor aangetooW: ■'■

) Op eene bevolking van resp. 201.858 en 318.407 personen,' m'M*

Sluiten