Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

legen hoeven zijn ze in 't geheel niet meer te krijgen1). Ze wenschen meer vrijheid dan het boerenleven haar geven kan. Deze feiten vinden hunne bevestiging in het groote percentage naai de groote steden trekkende dienstboden. De daglöoners verbreken de oude betrekkingen in het landbouwbedrijf het meest. Ze gaan aan het werk als ze er zin in hebben, op week-, dag- oi zelfs uurloon. Ofschoon deze vrije arbeiders dikwijls stoere werkers zijn, vindt men vele minder bekwame heden onder hen, dié om de een of andere reden vermijden zich voor vast te verbinden. In den tuinbouw werkt deze omstandigheid zelfs belemmerend op de ontwikkeling der bedrijven. In den zomer verhuren zij zich, trekken iederen dag in groote scharen uit hun dorpen en kleine steden naar het land of ze gaan in scharen van de eene provincie naar de andere. In den winter wordt de landarbeid weer opgegeven — dan zoeken ze fabriekswerk of doen heelemaal niets meer. Bij hen doet zich de invloed der arbeiderszoekende steden, industrieën en andere werkgelegenheden het sterkst gevoelen.

Hun loonen zijn onder deze omstandigheden zeer gestegen mbedragen nu dikwijls meer dan in de stad. Ten tweede heeft de verdwijning der patriarchale verhoudingen, de overgang tot het kapitalistische bedrijf daarheen geleid, dat het natura-loon in Nederland vrijwel verdwenen is. De arbeider, die thans zijn loon in geld ontvangt, is beter in de gelegenheid zijn loon met dat der stadsarbeidérs te vergelijken. De dichtheid der bevolking, de talrijke verkeersmiddelen en de voortdurende emigratie van kameraden uit dorp en stad, maken het vergelijken gemakkelijk. Hier toont zich de directe inwerking van de aantrekkmgskracht der steden. Valt de vergelijking in het nadeel van den daglooner uit, dan trekt hij weg — hij is door niets gebonden — hij bezit geen land, heeft geen belangen bij den arbeid op de vreemde boerenhofsteden, zijn vrouw weet geen eigen lapje grond te bebouwen, uitzicht op betere omstandigheden, zooals de arme boerenzoon, die zijn klein erfdeel nog weet te bewerken en bovendien als daglooner werkt, heeft hij niet. Het pachten van een stukje grond gelukt hem niet. Hij trekt weg.

Aldus is een groot deel van den trek terug te brengen tot deze

*) Vgl. Algemeen overzicht van den oeconomischen toestand der landarbeiders in Nederland B. Staatscommissie voor den Landbouw.

Het loon.

VAN MANEN.

9

Sluiten