Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

toestanden in het landlxmwlïedrijf, dat in zijne groote verscheidenheid in cultuur, gebruiken en omstandigheden, ook wat het verkeerswezen betreftl), nog eene bonte verscheidenheid aanbiedt naast den hoofdfactor: de nieuwe oeconomische verhoudingen tegenover de ouderwetsche patriarchale bedrijfsvormen.

Alle arbeidsgebieden, welke de landbouwer, als niet onmiddellijk tot zijn beroep behoorend, langzamerhand aan de industrie afgestaan heeft, namen ook de arbeidskrachten mee. De behoefte en omzet hebben zich steeds meer met de volkshuishoudkunde samengeweven en eene voortdurend toenemende specialiseering der bedrijven veroorzaakt. De zuivelfabrieken bv., die eene groote vlucht genomen hebben, deden o.a. de kaas- en boterbereiding op de hofsteden sterk verminderen.

De geweldige vlucht, welke de landbouw, vooral de tuinbouw, in de laatste jaren heeft genomen, kon den trek niet tegenhouden. De versnippering van den grond brengt steeds kleinere en meer bescheiden existenties in de plaats van de grootere en meer kapitaalkrachtige. Zonder groot-grondbezit in de nabijheid, waar zijn arbeidskracht gebruikt kan worden, als zijn eigen perceel bewerkt is, blijkt de toestand van den kleinen boer te weinig kapitaalkrachtig.

Voegt men hier nu nog bij, dat uit de kleine steden zich bij dezen stroom de ambachtslieden voegen *), die in de dorpen vermoedelijk geen gunstige bestaansvoorwaarden meer vinden konden, dat dikwijls een algemeene verzwakking der koopkracht van eene gemeente het gevolg is van de grootere verdeeling van den grond, dat ook bijverdiensten steeds kleiner worden, dan komt de hoofdader van den stroom, welke zich naar de steden, vooral naar Amsterdam richt, reeds op belangrijke wijze te voorschijn. De geünmigreerde daglooners zonder middelen aanvaarden den strijd om het bestaan in de steden en nemen daartoe in de onderste lagen der stedelijke bevolking hun plaats in.

De wijzigingen in de dichtheid der bevolking en voor alles in

*) Er zijn enkele streken, waar de gunstige resultaten der klein-bedrijven en de hoogere loonen daarentegen een gezeten bevolking hebben doen ontstaan, in Drenthe bv.

*) Vgl. o. a. Staatscommissie over de werkloosheid. Verslag eerste sub-commissie, p. xy—33. Idem: Verslagen betreffende den oeconomischen toestand der landarbeiders. Deel II, p. 70 (Noord-Holland) „Die landarbeiders, die zich in de stad vestigen, zijn dan ook meer aan lager wal geraakte ambachtslui en boertjes dan eigenlijke arbeiders".

Sluiten