Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

den socialen toestand beginnen dus met den binnenlandschen trek. De landelijke bevolking wordt in stedelijke arbeidersbevolking omgezet, kleine dorpjes met natuurlijke voorrechten worden door vermogende stadbewoners bevolkt. Vestiging en vertrek dekken zich dikwijls, echter worden volksmassa's uit verwijderde streken naar de stad overgebracht — stedelijke volksmenigten uit de stad naar een nabijliggend oord Verschoven. Eene regelmatige uitwisseling schijnt niet plaats te grijpen, maar wel eene voortrollende beweging, wier uitgangspunt op het land ligt, welke in de steden een aantrekkings-, echter niet het rustpunt vindt, maar van daar uit de beweging voortzet.

Verschillende bewijzen zijn daarvoor aan te voeren. De andere provinciën in het Rijk leverden het grootste contingent der trekkenden naar de grootste stad van Noord-HoJland, doch kre gen een veel kleiner contingent terug, ofschoon Amsterdam integendeel weer een veel grooter contingent dan het van de nabij gelegen gemeenten ontving, aan de laatste afstond»). Dit feit levert het bewijs, dat eene voortdurende verschuiving van de bevolking inderdaad plaats grijpt. Vanaf het jaar 1861 wijzen de tabellen tot het jaar 1894 een groot overschot aan immigranten uit de andere provinciën aan. Die opzuigende kracht»), welke pas in de laatste decenniën in eene afgifte aan de omgeving veranderde, echter in de laatste jaren wederom in evenwicht stond (o.a. in 1913), deed langen tijd haar geweldigen invloed gevoelen.

Van belang voor de uitwisseling der bevolking is echter het feit, dat een deel van den stroom der landbevolking naar de meest verschillende punten in de omgeving afgevoerd wordt, waardoor de beweging naar de groote steden door de beweging uit de groote steden voortgezet wordt.

In de omgeving van de groote steden heeft namelijk een groote uitbreiding van den intensieven tuinbouw plaats gevonden — bv. de bloem- en planten-kweekerijen in Boskoop bij Amsterdam, de uitgebreide groenten- en vruchtenteelt in de omgeving van den Haag, de ooftcultuur in Gelderland — met daarmede in verband staande vestiging van industrieën, de conserven-, manden- en blikken-bussenfabrieken, enz.

*) Statistisch jaarboek 1909, p. 173.

») Eene vermindering van het aantal geboorten in verschillende groote steden is > te^V tangen**" ^ U gedeeltelyk tot veran<3erde bedrijfsverhoudingen

Sluiten