Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Onder deze en nog meerdere uiterlijke omstandigheden speelt het leven van den vierden en vijfden stand zich af. De plichten der sociale hulpverleening zijn daarom van eene bonte verscheidenheid. Ten eerste is veelzijdigheid der vormen van bijstand reeds eene vereischte door den psychischen toestand van den mensch zelf. Zijn innerlijke waarde, zijn graad van ontwikkeling staan op duizend verschillende trappen.

Bij een deel hebben psychische gebreken dusdanig het overwicht, dat in iedere omgeving, in iederen toestand, deze factoren de overhand zullen hebben. Bij een ander deel staat de mensch als psychische waarde bijna in evenwicht, maar krijgen de uiterlijke verhoudingen een dusdanige kracht, dat in dezelfde omgeving op geen verbetering te hopen valt1). Bij een derde deel staat de psychische waarde positief tegenover de omgeving, maar vormen tijdelijke oeconomische of physieke factoren de beletselen tot eene opheffing.

Bij allen staan echter alle deugden en fouten naast elkaar en vormen de componenten tot de groote verscheidenheid der psychische eenheden. Hoevelen van hen op de grenslijn der positiviteit staan of te brengen zijn, is vooruit niet te zeggen.

Deze massa wordt in het bedrijfsleven rusteloos heen en weer geschoven. Gestadig stijgen uit hunne rijen de krachtigen omhoog, vallen de onbruikbaren weg. Te velen kunnen den opwaartschen drang van den vierden stand niet volgen, zij sleepen in hun machteloozen ondergang evenzooveel verhes aan menschengeluk en volkskracht mede.

Het karakter der sociale hulpverleening, strookende met den zelfbewusten ontwikkelingsgang van de omhoog strevende volkslagen, neemt voor de minder ontwikkelende lagen vormen aan van steeds onzelfstandiger gehalte, tot eindeüjk de wisselwerking tusschen het losse-arbeidersleven en de organen van armenzorg zoo innig wordt, dat voorgoed de schaal overslaat naar de zijde der weldadigheid.

Sluiten