Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK I.

ORGANISATIE DER KERKELIJKE ARMENZORG.

De synodale regeling.

Het gebied der kerkelijke armenzorg wordt beheerscht door drie groepen: de Israëlietische.de Katholieke en deProtestantsche. Ze zijn onderworpen aan een hooger gezag dan een zuiver plaatselijk, of ze zijn geheel zelfstandig.

Voor de eerste groep, de Israëlietische geldt alleen de plaatselijke zelfstandige regeling. Geen hoogere macht schrijft hier een gedragslijn voor.

De tweede, de Katholieke groep daarentegen, is in de organisatie van de Katholieke kerk opgenomen en is in ieder Bisdom voor alle bijzonderheden onderworpen aan het bisschoppelijk toezicht en aan de kerkelijke sanctie. Het reglement van den 22en Januari 1855 vormt daartoe den grondslag. Het voerde de parochiale armenzorg volgens bepaalde voorschriften in. Alleen het OudArmen-Kantoor in Amsterdam bleef als zelfstandige particuliere inrichting behouden1). In de buitenwijken van Amsterdam ontwikkelde zich de parochiale armenzorg, terwijl het oude gebied bleef overgelaten aan het „kantoor".

Ook alle Katholieke particuliere vereenigingen werden onder het oppertoezicht der Kerk gebracht. Daardoor werd in het geheele land eenheid op verschillende gewichtige punten verkregen: zoowel in de verhouding tot de opperste kerkelijke macht, als gelijkvormigheid onder elkander in de administratie der inkomens en vermogens, in het afleggen van rekening en verantwoording, in de controle; ten slotte gold voor de particuliere vereenigingen de opperste bisschoppelijke macht, zoowel voor hare oprichting, als voor de samenstelling, verandering en opheffing van hare statuten en reglementen.

*) Vgl. Armenpflege in Amsterdam enz., pag. 75—77.

Sluiten