Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

sort *), evenals de Synode, welke alleen het recht bezit, eene wijziging in de reglementen voor te stellen *).

Hoewel de suprematie der gemeente uitdrukkelijk bevestigd wordt *), is de Kerkenordening zóó omschreven en ook de macht om wijzigingen voor te stellen te beperkt, dan dat zonder meer deze suprematie der gemeente erkend kan worden4).

Binnen bepaalde grenzen is de afzonderlijke kerk autonoom — evenzoo het instituut der diakenen. Daarbuiten is in de eenheid der kerkelijke wetgeving voorzien en in die kerkelijke wetgeving ligt het middel tot een gemeenschappelijk, eenvormig handelen.

De Ned. Hervormde kerk en de Waalsche kerk bezitten eveneens een eenvormige synodale wetgeving van 8 Augustus 1856. Het reglement begint in art. 1 met de verklaring: „In elke gemeente der Nederduitsch Hervormde Kerk bestaat eene diaconie of kerkelijke instelling ter verzorging van armen" en bepaalt verder haren aard: „Diaconiën zijn mstellingen van weldadigheid van zuiver kerkdijken aard, onder kerkelijk bestuur en toezicht en bestemd den armen der gémeente met hulp en ondersteuning tegemoet te komen."

„De kerkelijke verzorging van armen wordt uitgeoefend door diakenen onder medewerking en goedkeuring van den Kerkeraad en onder toezicht van het Classicaal bestuur."

Verder worden de verplichtingen en bevoegdheden der diaconie en der diakenen opgesomd en eenige administratieve beschikkingen gemaakt. De verphchting tot het afleggen van rekening en verantwoording aan den Kerkeraad en de Classis wordt bevestigd. Zoo is tot het voeren van een proces de toesternming vande Classis noodig, evenals nog voor andere bevoegdheden. Voor een wijziging van den bestaanden toestand, speciaal van het armenvraagstuk, levert deze kerkorganisatie groote moeilijkheden op.

Niet in het hoogste orgaan, de Synode, is de meeste macht

•) Art. 41—44*) Art. 86.

') Kerkenordening, inleiding pag. 12—13: ..Ook heeft de eene kerk geen macht over de andere". „In de Gereformeerde kerkregeering spreken wij van kerken; van plaatselijke kerken, die door hunne plaatselijke kerkeraden en door hun eigen Dienaren, Herders en Leeraars en Opzieners worden geregeerd".

*) Een niet zeer duidelijke tegenwerping tegen deze overweging vindt men op pag. 14: In de meerdere vergaderingen is wel meerdere cumulatieve macht, gelijk men dit uitdrukt; d. w. z. er is meer licht en wijsheid saamgebracht, maar daarom is er nog geen meerdere privatieve en beroovende macht. Zulk eene privatieve macht is in de Gereformeerde kerkregeering geheel en al uitgesloten.

Sluiten