Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vereenigd. De Classis en het Kerkelijk Provinciaal Bestuur hebben eigenlijk de grootste macht en de meeste bevoegdheden Een aantal gemeenten zijn als Classis samengevoegd en worden door 10 personen (predikanten), uit de predikanten gekozen vertegenwoordigd. (De Classis Amsterdam bv. telt 50 predikanten.) Een aantal Classes benoemt weder 7 predikanten uit haar midden, die het Provinciaal Bestuur vormen en dezen kiezen weder den vertegenwoordiger voor de Synode. Omdat in het Synodaal Reglement geen wijziging zonder meerderheid van stemmen van de provinciale vergadering behandeld kan worden is alle macht naar de provinciale vergadering verlegd en berust dus met bij de Synode, hoewel deze laatste het initiatief tot reglementswijziging heeft. Om eenig eenvormige regeling te verkrijgen, moet dus dit geheele logge apparaat in beweging gebracht worden en kan van een directen invloed van de lidmaten der gemeente zelfs geen sprake zijn.

Bij eene vergelijldng naar welke voorschriften de handelingen van de versclnUende kerkelijke officieele personen met betrekking tot de armen zich te richten hebben, blijken dus slechts enkele synodale voorschriften of regelingen van kerkelijke hoofdbesturen in aanmerking te komen, welke tezamen met de plaatse$ke regelingen het complex der officieele voorschriften vormen.

Voor eene eventueele reorganisatie van de protestantsch kerkelijke armenzorg op ruimere basis dan de zuiver plaatselijke, bezitten het Luthersche, het Ned. Hervormde en het Waal'sche Kerkbestuur een officieel bestuurslichaam, dat zulk eene reorganisatie zou kunnen bevorderen.

Practisch zijn de diaconieën van alle Protestantsche kerken echter heden ten dage volkomen onafhankelijk. Die weinige voorschriften bevatten slechts de bevestiging van haar bestaan, benevens een onbeteekenenden, meestal slechts financieelen, controle-maatregel of eenige onbelangrijke algemeene voorscluiften. De onafhankehjkheid van de diaconieën wordt vergroot door verkiezingsvormen, welke haar menigmaal onder den schijn van ondergeschikte organen tot zelfstandige lichamen ontwikkeld hebben, welke dikwijls in directe tegenspraak zijn met de wetgeving der kerken zelf.

Aan de handlwving van hare onafhankelijkheid wordt daardoor in de meeste gevallen niets in den weg gelegd.

Sluiten