Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

worden — en eene ontbinding van de oorspronkelijke vereeniging kunnen veroorzaken.

Het geheel wordt ten slotte nog in gevaar gebracht door het bestaan der ambten, welke zonder aanhoudende wilsuitoefening van het geheel, of door te lange tusschenperioden dezer uiting, de afgeleide macht tot eene zelfstandige heerschappij kunnen ontwikkelen.

Hier is dus het gevaar van een overgang van den vereenigingsvorm tot een stichtingsvorm aanwezig. Ook bestaat het gevaar van de vorming van een stichtingsvorm binnen een vereenigingsvorm. De invloed van den gezamenlijken wil op zijne vertegenwoordigers kan zoo verzwakt zijn, dat, ofschoon de oorspronkelijke band nog duidelijk zichtbaar is, de daadwerkelijke gebondenheid van den wil tot bijna niets gedaald is. Hoe zeldzamer en onbekwamer de eigen uitoefening van het gezamenlijk recht is, des te intensiever bewerken die vernielende krachten den ondergang van de vereeniging.

Zoo ontstaan de gemengde vormen — stichting binnen stichting, stichting binnen de vereeniging, vereeniging binnen vereeniging en vereeniging binnen stichting, welke in hunne wederzijdsche verhoudingen van beslotenheid tot afscheiding kunnen leiden.

Deze verandering van gemeenschapsvormen in stichtingsvormen komt in de kerkelijke bonden dikwijls voor. Ook het omgekeerde vindt menigmaal plaats. Dit geschiedde vooral in de laatste eeuw, toen de strijd om invloed op het staatsbestuur in het politieke leven in alle Europeesche staten gestreden werd. De gelijktijdigheid van de politieke gebeurtenissen omstreeks de jaren 1848 en 1870 en de, toentertijd naar vereenigingsrecht gevormde en aangenomen Grondwetten in de buitenlandsche Luthersche kerken bv. toont duidelijk den invloed aan, welken de vereenigingsvorm, waaraan thans overal de voorkeur wordt gegeven, op de kerkelijke besturen uitgeoefend heeft1).

Ook in de Amsterdamsche Evangelisch Luthersche kerk is in November ron de eisch van het stemrecht voor de gemeenteleden opnieuw tot een onderwerp der synodale besprekingen ge-

l) In. verscheidene reglementen of ontwerpen: 1849 in Hannover; 1849 in Wurtemberg; 1851 in Saksen-Weimar; 1865 in Saksen, enz. — alle bevestigen het recht der gemeenteleden op de verkiezing van predikanten en van het kerkbestuur.

Sluiten