Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bondenen, ten strengste doorgevoerd, want hoewel, behalve de predikanten, 12 gemeenteleden aan de Synode worden toegevoegd, worden deze echter evenzoo door den Groot-Kerkeraad gekozen. Hierdoor is de zelfstandigheid van de Synode daadwerkelijk in gevaar gebracht, — eene bewering welke door art. 28 van haar Reglementen zelf bevestigd schijnt, daar zij de GrootKerkeraden gebiedt, in geen geval van hare afgevaardigden te eischen, dat zij zich naar schriftelijke adviezen of naar eenig hun gegeven opdracht te richten hebben*).

Er bestaat een zeer groot nadeel in het systeem der oudouderlingen en oud-diakenen. Zij kunnen (en doen het gewoonlijk ook) 12 jaar hun ambt actief uitoefenen, daarna behouden zij ad vitam hun medestemgerechtigdheid in de respectieve vergaderingen, bv. er zijn 38 actieve diakenen, terwijl steeds voor de vergaderingen 90 convocaties uitgezonden worden. De nonactieven kunnen dus de actieven overstemmen en eiken nieuwen maatregel verhinderen. Bij de ouderlingen zijn de getallen kleiner, daarom is dit bezwaar niet zoo groot — ofschoon ook zij in den Kerkeraad medestemmen.

Hier is dus de Gemeente als factor bij de beroeping volkomen uitgeschakeld en is de stichtingsvorm nog in vollen omvang geldend. Er zijn heerschersrechten gevormd, waarop de oorspronkelijke wil geen invloed meer kan uitoefenen. De oorspronkelijke plaatsvervangers hebben zich aan den invloed van dien wil onttrokken *).

Dit systeem kan verlammend werken op den ontwikkelingsgang van het bestaande. In onzen haastig levenden tijd met zijn snelle ontwikkeling van sociale maatrègelen is juist voor de

') Het leidt zelfs tot het feit, dat de tegenstelling tusschen modern en orthodox een merkwaardige verhouding tot stand gebracht heeft. De levendige strijd in de Nederduitsch Hervormde kerk, welke in 1886 in de bekende afscheiding zijn toppunt bereikte, heeft zich als een vloedgolf over alle Protestantsche kerken uitgestort en de tegenstelling tusschen deze beide opvattingen ten sterkste te voorschijn geroepen. Nu is het door dit systeem van eigen aanvulling mogelijk geworden, dat het College van ouderlingen modern (vrijzinnig) gebleven' is, terwijl daarnaast het College van diakenen orthodox is; zoo is het zelfs door het recht der ouderlingen tot voordracht van een nieuwen predikant mogélijk, dat bv. een, voor twee derde orthodoxe, Groot-Kerkeraad uit de voordracht van twee personen, die door de moderne ouderlingen uit modernen gekozen werden, gedwongen is er een te beroepen, en omgekeerd.

s) Eene flauwe kentering is echter reeds ingetreden in enkele kleine Gemeenten, waar het recht van voordracht weliswaar nog aan den Groot-Kerkeraad is gebleven, de verkiezing echter aan de gemeenteleden is overgegaan. Reeds in r 818 in Zaandam ingevoerd.

Sluiten