Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

armenzorg het zich eigen maken van nieuwe gezichtspunten en de verwezenlijking van andere methoden eene levensvoorwaarde geworden. Een zoo groot, zoo log bestuur is vernietigend voor zulk eene ontwilckeling. De eigen aanvulling leidt, indien het College niet vooruitstrevend gezind is, tot een afweren van elke verandering, waardoor dus op deze wijze eene groote rastelling totaal kan versteenen.

Bij de Hersteld Ev. Luthersche Gemeente vult het College van ouderlingen en diakenen eveneens zichzelf aan, maar daar bestaat niet het instituut der oud-ouderlingen en oud-diakenen. De Kerkeraad, die uit de actieve predikanten, uit de 8 ouderlingen en 8 diakenen bestaat (in totaal telt de diakenenvergadering 18 leden), kiest de ouderlingen en diakenen, die jaarlijks hun mandaat neerleggen, op voordracht van de respectieve vergaderingen — practisch blijven zij echter door herkiezing 12 jaar in hun ambt. De afzonderlijke Colleges van ouderlingen en diakenen behouden allen invloed door het opmaken van de candidatenlijsten. In de kerkelijke vergaderingen zijn beide echter gelijkelijk vertegenwoordigd er bestaat geen overheersching van een der twee, tot eene onafhankelijke mstelling, ontwikkelde organen. Er bestaat dus evenwicht tusschen de ambtsdienaren.

Men wijkt echter af van het beginsel, dat de kerk boven hare ledeh staat en hare vertegenwoordigers onafhankelijk van het geheel hunne bevoegdheden uitoefenen. Er bestaat namelijk een College van gemeentevertegenwoordigers, geheel onafhankehjk van de predikanten, ouderlingen en diakenen; zij worden door de stemgerechtigde leden der Gemeente gekozen*). Hun plicht is tegen misbruiken van het Kerk- of Armbestuur te waken •).

Dit is een eigenaardig verschijnsel in deze Hersteld-Ev. Luthersche kerk, aan het leekenelement wordt daardoor een plaats rageruimd, welke de Evangelisch-Luthersche Gemeente altijd verre van zich trachtte te houden. Waar de laatste de voorbeelden van het buitenland niet gevolgd heeft, is gene tot eene moderner beschouwing overgegaan. Het utiliteitsbeginsel heeft haar daartoe gebracht. Een direct medebestuur is het niet, toch

*) Stemgerechtigd zijn alle mannelijke lidmaten, wanneer zij geregeld een bijdrage in de kerkelijke kas storten.

) Zij hebben contróle-bevoegdheden in den ruimsten zin, zorgen voor handhaving van de reglementen, nemen klachten in behandeling, enz. (Art. 142).

Sluiten