Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

is aan de Gemeente een zoo groot aandeel in de contróle gegeven, dat zij eene instantie boven de kerkelijke organen vormt met een absoluut recht van veto. De leden zijn niet langer slechts objecten van de kerkelijke werkzaamheid, zij zijn componenten van den contróleerenden gezamenhjken wil.

Wanneer men dus resumeert, bestaat ook hier niet de directe invloed der Gemeente door directe verkiezing van de ambtsdienaren. Er bestaat echter een toezicht van de Gemeente op hunne handelingen en door middel van dit leeken-College is daarom de weg gebaand tot een beïnvloeden van de armenzorg.

In de Remonstrantsche Gemeente heeft eene andere, maar veel verder gaande ontwikkeling plaats gehad. Vóór het jaar 1867 kon ook de Kerkeraad, die uit predikanten en opzieners bestond, zichzelf aanvullen. Met geleidelijke uitbreiding is het recht, om den predikant te kiezen, op de Gemeenteleden, zoowel op mannen als op vrouwen, overgegaan, dus heerscht voor deze verkiezing het vereenigingsbeginsel. Ook zijn vrouwen verkiesbaar tot kerkeraadsleden en predikanten (Besluit 6 Juni 1916).

Het zgn. „Bestuur" bestaat uit de actieve predikanten, uit buitengewone leden en minstens 12 gewone leden. Het buitengewoon lidmaatschap wordt door het Bestuur aan die Gemeenteleden aangeboden, die belangrijke diensten bewezen hebben. De gewone leden worden door het Bestuur gekozen, zoo ook een College van vrouwen. Hier is het Bestuur uit leeken samengesteld, de onderscheiden leden bekleeden geen kerkelijk ambt.

Hoewel het zuivere vereenigingsbeginsel in de verkiezing van den predikant geheel tot uiting komt, is hier de invloed van den gemeenschappelijken wil in het Bestuur geheel beperkt; een correctief werd gevonden in het aantal van de uit de Gemeente gekozen of aangezochte leden, maar het Bestuur, dat óf vooruitstrevende óf reactionnaire leden kan kiezen, kan zichzelf blijven aanvullen.

De Diaconie is een volmaakt zelfstandig college geworden, tot in de uiterste consequenties onafhankelijk. Zij vult daarom zichzelve aan, de leden zijn practisch zoo lang actief tot hooge ouderdom de uitoefening van den dienst onmogelijk maakt. Men zou deze organisatie bijna het karakter van eene particuliere vereeniging kunnen toekennen, ware het niet, dat het afleggen van de jaarlijksche rekening en verantwoording door het Kerkbestuur ge-

Sluiten