Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

schiedt. Hier heeft men dus met een zeer afwijkend type te doen.

De opvatting heeft zich hier baan gebroken, dat armenzorg niet met het kerkbestuur te vereenigen is, dat zij dus een afzonderlijk lichaam eischt, dat zijne werkzaamheid volmaakt beperkt tot de armenzorg en dus tegelijkertijd geen kerkelijke bevoegdheden mag bezitten — de scheiding tusschen het kerkelijk gebied als geestelijk gebied en de armenzorgl), als tot het sociaal gebied behoorend, treedt in deze regeling reeds op den voorgrond.

Deze opvatting kwam in de „Vrije Gemeente" *) geheel tot uiting. Deze Gemeente, welke geen kerk vormt, beschouwt de kerkelijke diaconie als uitvloeisel van het Katholieke kerkbegrip. De armenzorg zal h. i. in de toekomst tot de Staatstaak behocren, bij gelijktijdig bestaan van particuliere vereenigingen, welke niet naar geloofsbelijdenissen vragen en principieel en uitsluitend hare krachten kunnen wijden aan de bestrijding van het pauperisme *).

De Doopsgezinde Gemeente kent ook geen ouderlingen. Aan het College van diakenen is het geheele financieele beheer der Gemeente toevertrouwd. Met den predikant vormen zij den Kerkeraad en dragen dan den naam van opzieners. Hier wordt de predikant door alle mannelijke en vrouwelijke lidmaten gekozen *). De opzieners worden eveneens in vijf jaarlij ksche termijnen op dezelfde wijze beroepen. Hier heeft men dus het vereenigingsbeginsel in zijn volkomensten vorm.

Bij de Katholieke (^mënparochiënj heeft in een gemeenschappelijke zitting van het Kerk- en het Armbestuur de verkiezing plaats van de nieuwe leden. De bisschop hecht hieraan zijne goedkeuring. Practisch heeft men dus ook hier het systeem van eigen aanvulling. De verkiezing heeft elke 3 jaar plaats, maar de armbestuurders oefenen door herkiezing hun dienst levenslang uit.

*) Er bestaat bier een groot onderscheid tusschen de samensmelting van de beide gebieden in het Kerkbestuur eenerzijds en tusschen de scheiding van deze beide gebieden anderzijds, waarbij in het laatste geval de godsdienstige overtuiging de bron van een ijverige werkzaamheid zal zijn, maar in de uitvoering in elk opzicht vrij is van kerkelijk-dogmatische opvattingen of van de vermenging van de beide gebieden in de ambtsbevoegdheden. Zij is dan onbeperkt in de wijze van samenstelling van bet orgaan der armenzorg.

') Armenpflege in Amsterdam, p. 209.

*) P. H. Hugenholtz, Vrije Gemeenten.

4) In 1917 in alle gemeenten, terwijl ook in bijna alle gemeenten de verkiesbaarheid van de vrouw tot kerkeraadslid en predikant is aangenomen.

Het Katholieke en Israëliet ische kiesstelsel.

Sluiten