Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De kerkelijke formulieren.

Het arbeidsgebied.

telen 6 : 3 buiten beschouwing laten, daar zij heden ten dage van geen enkel diaken in ernst verlangd kunnen worden of men moest de verhevenheid, die in dezen eisch opgesloten ligt, geheel ontwrichten, dan blijft slechts de vermelding over van eischen, welke vanzelf spreken.

Meer positieve eischen geven de kerkelijke formulieren.

In het Formulier van Bevestiging der Ned. Herv. Diaconieën vindt men de verphchtingen vermeld, welke aan de diakenen zijn opgelegd: „en gij Diakenen, zijt vlijtig in de verzameling der aalmoezen, voorzichtig en blijmoedig in het uitreiken van die. Komt den bedrukten te hulp, zorgt voor de rechte weduwen en weezen, bewijst weldadigheid aan alle menschen, maar inzonderheid aan de huisgenooten des geloofs". Dit formulier is sedert de Synode van Dordrecht tot op heden in gebruik gebleven.

Nauwkeuriger omscluijvingen worden in de kerkeüjke reglementen niet aangetroffen. Daartoe dienen nog steeds de ouderwetsche formulieren, of omschreven eischen worden achterwege gelaten.

Als positief voorschrift vindt men in de bijzondere bronnen dus zeer weinig. Het staat de Colleges vrij hunne eischen door de keuze der ambtsdienaren zelf kenbaar te maken.

Een tweede stap leidt naar de vraag waarop de begrenzing van haar arbeidsgebied steunt. De grens is ruim getrokken, zij omvat de naasten.

Men treft in alle werken de vermelding aan der naastenliefde ils eersten zedelijken plicht tegenover den medemensch

Als samenvatting van dezen plicht geldt voor de christelijke wereld het woord van Jezus: „Gij zult Uwen naaste liefhebben ils U zeiven *) en „Weest dan barmhartig, gelijk ook Uw Vader barmhartig is"»).

Ook de Talmud bevat talrijke spreuken over de naastenliefde, waarvan Sabbath 133b wel het schoonst en het meest omvattend is: „Zooals God genadig en barmhartig is, zoo weest ook gij tiet". Aboth 1 : 5 zegt: „Uw huis zij wijd geopend; laat de

*) Fr. Ehrle, Beitrage zur Geschichte und Reform der Armenpflege „die Armenpflege beruht auf dem göttlichen Gebot der Liebe als dem obersten Armengesetz". *) Mattb. 22 : 39. 8) Luc. 6 : 36.

Sluiten