Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK IV.

DE VERPLEGING IN GESTICHTEN DER KERKELIJKE ARMENZORG.

I.

De weezen.

De voorwaarden tot opname in de verschillende weeshuizen vormen een bonte tabel1).

Verscheidene instellingen nemen alleen wettige kinderen op, die ook gedoopt, bij wijze van uitzondering slechts ingeschreven moeten zijn *).

Enkele bepalen, dat slechts één der ouders, andere weder dat beide ouders hdmaat der kerk geweest moeten zijn. Of de duur van dat lidmaatschap is niet bepaald, óf bij is op 2 of 4 jaar vastgesteld. De woonachtigheid der ouders wordt eveneens verlangd. De ouderdomsgrenzen toonen de ongelijksoortigste cijfers. De opname is bij de meesten van den eersten dag af tot resp. het 14e, 15e, 16e, 17e of 20e levensjaar geoorloofd. Andere weer nemen slechts kinderen op tusschen het 3e en 15e jaar •), het 5e tot het 10e, 11e, 15e jaar, of van het 7e tot het 12e jaar (de Israëlieten). Hier treedt een zoo groot verschil in de voorwaarden tot opname en verpleging aan den dag, dat van eene uniforme opvatting daaruit geen sprake blijkt *).

Voorwaarden tot opname.

*) Zf* de tabel op pag. 174. Israël, en Kath. gestichten zijn hierbij ook opgenomen. *) Bij de hervormden en doopsgezinden. *) De jongeren worden uitbesteed.

) In Duitschland is dit evenzoo; daar staan kerkelijke en particuliere inrichtingen, Confessioneele, Evangelische, Katholieke, laraêlietische en gemengde inrichtingen ten getale van ± 800 naast elkander. Terwijl eenige inrichtingen sterk gespecialiseerd zijn, bv. alleen weezen of alleen verwaarloosde kinderen opnemen, vindt men andere, waarin men hulpbehoevende jeugdige kinderen van alle richtingen opneemt, dr. Johannes Petersen, Die öffentliche Fürsorge für die hUfsbedürftige Jugend. Evenzoo in België: dr. S. Münsterberg, Das auslandische Armenwesen. In Zwitserland: Wild und Niedermann: Informationskurs für Jugendfürsorge. Ook daar bestaat eene bonte verscheidenheid in de voorwaarden tot opname.

Sluiten