Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De quaestie van den doop is dogmatisch. Waar het stichtingsbeginsel zijn leden om zoo te zeggen inlijft, verlangt het vereenigingsbeginsel, dat de leden zich aansluiten krachtens eene uitdrukkelijke wilsverklaring. Daarom kan inschrijving de eisch van den doop vervangen.

Als eene rechtvaardiging voor de regelingen, die uit vorige eeuwen stammen, is de toestand der vermogens opgegevenl). Daarvan hangt in hoofdzaak af, welke groote hindernissen aan de opname der weezen in den weg gelegd worden. Desondanks toonen de verschillende bepalingen in dezelfde stad een te groot gebrek aan gemeenschappelijk overleg om daardoor geheel gerechtvaardigd te worden. Dat voor de armen, bij dergelijke verschillende eischen, een reden tot het verkiezen van den eenen Godsdienst boven den anderen gaat bestaan, is duidelijk.

Deze beperkingen der kerkbesturen hebben er toe bijgedragen, dat voor aanvullende hulp andere instellingen of vereenigingen zijn opgericht *).

Ten slotte worden de geldmiddelen ook voor deze vereenigingen gevonden en worden de kosten meestal uitsluitend door Amsterdamsche burgers bestreden. De versnippering der hulpvaardigheid wordt daardoor steeds rioodlottiger.

Waar een gemeenschappelijk overleg niet gepleegd wordt» blijft ook de hulpbehoevende massa ongeordend en komt op willekeurige wijze ten laste van deze of gene weldadigheidsvereeniging. Dat dit gebeurt moet grootendeels aan de willekeurige bepalingen der Kerkelijke instellingen van weldadigheid toegeschreven worden.

• De feiten toonen aan, dat langzamerhand de zorg van de kerkgenootschappen voor de kinderen, wat hare weezen betreft, aan

1) De kosten der weezenzorg per hoofd wijzen de grootst mogelijke verschillen aan. Ze wisselen tusschen ± f 500 tot ± f 130 per hoofd en per jaar. De katholieken hebben de laagste opvoedingskosten. Wat den aard van de zorg betreft, men gaat langzamerhand tot gezinsverpleging of het paviljoensysteem over. Bij een rondvraag aan 77 Duitsche steden (dr. V. Böbmert, Das Armenwesen in 77 Deutschen Stadiën) gaven 46 steden aan de gezinsverpleging de voorkeur, 8 aan de gestichtsverpleging, 17 bevalen een gemengd systeem van weezenzorg aan. De gestichtsverpleging wordt ook in Amsterdam steeds minder toegepast.

!) Er bestaat eene vereeniging sedert 1906, speciaal voor halve weezen van de Ned. Herv. Gemeente (ook hier worden bij onzedelijk of onchristelijk gedrag van den nog in leven zijnden vader of moeder de kinderen afgewezen). Er bestaan verscheidene Katholieke instellingen, welke die weezen opnemen, die door de R. K Weesinrichtingen worden afgewezen (weezen, veriatenen en verwaarloosden). Het Centraal Isr. Weeshuis in Utrecht neemt jaarlijks gemiddeld zo Israëlietische kinderen uit Amsterdam op, enz.

Sluiten