Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

mische wetten willen onderwerpen. Deze zijn echter niet terzijde te stellen, zij dringen zich nu op door de steeds noodlottiger wordende overbelasting van het budget.

Ten sterkste wordt-de toenemende druk der ouden beïnvloed door de afnemende sterfte, de immigratie, welke door geen intercommunale schikking tusschen de kerken geregeld wordt, en de wijziging in de verhouding van arm en welgesteld binnen het afnemend aantal lidmaten der kerk.

Een statistiek van de Protestantsche arme oude heden toont eene voortdurende vermeerdering aan; dat de Katholieke statistiekdeze vermeerdering niet aangeeft, heeft waarschijnlijk tot oorzaak, dat de Protestantsche armen-inrichtingen getoond hebben nog expansief te zijn, de Katholieke mrichtingen echter wegens plaatsgebrek dè stijging niet hebben kunnen volgen. In het Burgerlijk Armenhuis verdubbelde het aantal verpleegden in de jaren 1890 tot 1916, waardoor de kosten per persoon met 30 a 40 gld. in dezelfde periode stegenx).

Een merkwaardige wijziging in het aantal inwonenden van de armenhuizen heeft verder, wat het geslacht der armen betreft, plaats gehad. Waar vroeger de vrouwen in de meerderheid waren, zijn nu de mannen talrijker, een verschijnsel dat zich bijv. evenzoo in het armenhuis te Hamburg voordoet *). Het voortdurend surplus aan geboorten van kinderen van het mannelijk geslacht wordt meer dan te niet gedaan door de geringere sterfte der vrouwen *).

*) Daar geen statistiek aanwezig is van de godsdienstige gezindte der inwonenden, kan geen nader verband gelegd worden tusschen de verhouding van de verpleegden tot het inwoners- en sterftegetal, naar den godsdienst berekend.

J) Das öffentliche Armenwesen in Hamburg. 1893—1912; de mannen vormen ± 2/3 van het gezamenlijk aantal inwonenden.

3) Verhoudingscijfers der bevolking van 1849—1909 naar ouderdom en geslacht.

SQ—64 jaar 65—79 jaar 80 jaar en ouder

Mannen | Vrouwen Mannen | Vrouwen Mannen | Vrouwen

I

1849 .... 102.1 128.8 31.3 47.3 3.7 6.3

1859 103.9 124.5 32 8 51.4 a.5 4.8

1869 m.6 124.2 38.4 56.6 3.8 7.3

1879 .... 100.8 114.! 4o.i 55.6 3.3 6.!

1889 .... 116.2 131.5 37.o j2.9 3.3 6

1899 .... 98.6 108.5 39-0 53-4 3 9 7.o

1909 .... | 105.9 111.2 41.2 54.3 4.5 „O

Daar een splitsing naar het geslacht van alle armen in inrichtingen niet bestaat, kan geen beschouwing geleverd worden over het totaal aantal.

Sluiten