Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De voorwaarden tot hulpt verleening.

De Ned. Herv. kerk heeft in haar Synodaal reglement de volgende bepaling:

Art. 6. Elke diaconie zorgt voor de armen, die in het kerkelijk ressort van hare gemeente wonen.

Art. 7. Diakenen zorgen allereerst en bij voorkeur voor de arme hdmaten der gemeente en hunne kinderen, doch zullen hunne zorg ook uitstrekken tot armen, die géén lidmaten zijn, indien en voor zoover hunne middelen daartoe strekken.

Het verbod om hulpbehoevenden op grond van hun leeftijd van ondersteuning uit te sluiten, werd in Ï867 uitgevaardigd. Het reglement van Amsterdam bevat daarover in art. 3 de bepaling:

„Bij voorkeur" wordt hulp verleend aan hen, die den leeftijd van 60 jaren bereikt hebben en 5 jaren woonachtig zijn".

Dat wil zeggen, dat alle hdmaten tusschen 16 en 60 jaar van elke ondersteuning zijn buitengesloten1).

De diaconale bedeehng bereikt dus hoof dzakelijk oude mannen en vrouwen. Op den christelijken levenswandel wordt' zeer streng gelet — zij, die aan deze voorwaarde niet voldoen, zijn reeds bij voorbaat van eiken steun buitengesloten. Voor hen, die in dit kader behooren, bestaan dus synodale en plaatselijke diaconale voorschriften. „In de eerste plaats zien de diaconieën er op toe, dat zij door haar steun geen luiheid of onmatigheid noch onzedelijkheid bevorderen; zij trachten het gebruik van alcoholische dranken bij de door hen ondersteunden te bestrijden en verleenen aan hen, die in dit opzicht niet onberispelijk zijn, in geen geval eene ondersteuning in geld" *).

„Diakenen zorgen, zooveel zij kunnen voor de verstandelijke, zedelijke en godsdienstige belangen van de bedeelden en hunne kinderen; zij zoeken hun werk te verschaffen en bevorderen de werkzaamheid onder hen; zij zorgen voor het bijwonen der openbare godsdienstoefeningen bij de bedeelden, voor het gebruik maken van de catechisatie, vooral ook voor het schoolgaan der kinderen" *).

i) Eene uitzondering bestaat voor weduwen, die meer dan 45 jaar oud zijn met jonge kinderen, waarvoor bijzondere stichtingen bestaan, welke echter maar een zeer beperkt aantal kunnen helpen. Buiten het kader van deze bijzondere instellingen kan bijna niemand geholpen worden (gemiddeld 40 a 50 weduwen met ± 140 kinderen).

*) Syn. Reglement art. 11.

») Art. ia.

Sluiten