Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het plaatselijk reglement voegt er nog bij: „op diaconale scholen".

„Zij (de Diakenen) behartigen zooveel mogelijk ook de belangen der overige, behoeftige gemeenteleden. Indien zij meer bijzonder herderlijk werk noodzakehjk achten, geven zij daarvan kennis aan den predikant of aan de ouderlingen hunner wijk"*).

In het reglement vinden wij dus wel de bepaling, waarbij onderscheid tusschen den diaconalen en herderlijken arbeid gemaakt wordt en uitdrukkelijk het bijzondere orgaan daarvoor wordt aangewezen.

De Waalsche diaconie heeft dezelfde synodale bepalingen als de Gereformeerde kerk, dus ook de genoemde artikelen 11 en 12. De tenuitvoerlegging gebeurt evenwel geheel anders. Zij kent geen leeftijdsbepaling, de nood is beslissend, de venmlling van de kerkelijke plichten wordt nooit tot voorwaarde van steun gemaakt. Hierdoor wordt het gevaar van huichelarij uitgeschakeld. In aanmerking komen: de hdmaten der Waalsche Gemeente, die gedurende 4 jaar bij de kerk te Amsterdam zijn ingeschreven — weduwen dadelijk na het overlijden van den man, onverschillig het jaar van hun lidmaatschap of het aantal harer kinderen.

Er wordt zeer dikwijls van deze weinige bepalingen afgeweken, bovendien bestaat er een bijzonder fonds, dat zelfs studie aan de universiteit en soortgelijke, aanzienlijke hulpverleening mogelijk maakt.

De arme leden der. gemeente worden dus overeenkomstig hun noodtoestand verzorgd. Er wordt evenwel zeer streng op gelet, dat geen pauperisme wordt gekweekt — en zedelijke levenswandel wordt zooveel mogelijk geëischt. Zij, die niet werken willen, worden van eiken steun buitengesloten.

De groep van hulpbehoevende gemeenteleden wordt niet kunstmatig beperkt; het loslaten van den eisch tot getrouw kerkbezoek als belangrijkste voorwaarde voor het verkrijgen van steun geeft blijk van eene totaal andere opvatting der diaconale zorg.

De Evangelisch-Luthersche diaconie begrenst de groep der ondersteunden weer anders.

„Als eerste voorwaarde stelt zij: goed, zedelijk gedrag. Men moet 3 jaar kdmaat van de kerk geweest zijn of bij overgang uit

») Art. 67.

Sluiten