Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bij die arme gezinnen, die ter wille van de vrouwen en kinderen ondersteund worden, zijn twee factoren: los werk of drankzucht van den vader, de twee hoofdtypen.

De te vroege huwelijken en het groote aantal kinderen heeft ten gevolge dat een zeer hoog percentage van verlaten vrouwen te constateeren valt. De mannen vinden den last en zorg te zwaar, laten het huishouden dus maar in den steek.

Er bestaat hiervan geen statistiek. In de volkswijk (Jordaan) wordt echter een zeer groot aantal verlaten vrouwen gevonden *).

De R. K. Parochiale armenzorg heeft er ook vele onder hare bedeelden; deze geeft die gevallen bij de pohtie aan, doch eene vervolging van den „huisvader" blijkt bijna ondoenlijk. Wordt hij gevonden en houdt men hem een deel van zijn loon af, dan verandert hij van werkgever, verwisselt van woning, verlaat de stad. In de practijk is de uitvoering (B. W. Art. 162) van den wettelijken onderhoudsphcht voor de arbeidersklasse bijna onmogelijk gebleken *). De arbeiders alleen slaan zich nog dikwijls door moeilijke tijden heen, nimmer als zij een talrijk gezin hebben. Een aantal mannen verlaten zelfs met opzet hunne vrouwen, opdat deze bedeeld zullen worden.

De vrouwen zijn enkel voor zeer kleine huiselijke werkzaamheden te gebruiken, meestal zijn zij totaal ongeschikt voor iets. Als werkvrouw verdienen zij ten slotte nog hier en daar een duitje*).

Het grootste aantal bestaat uit geboren armen, zij raken ook niet meer boven de armoede uit — noch de oeconomische noch de psychische voorwaarden zijn daarvoor aanwezig. De bedeeling

arbeiders). Er mag hierbij echter ook niet over het hoofd worden gezien, meldt het verslag, dat de bedeeling ook met personen te doen heeft, die door htm beroep zouden kunnen bestaan, als zij maar wilden, wier afkeer van geregeld werk echter het vervallen tot bedeeling verhaast. Hier ziet men dus een gelijke ervaring.

*) Mededeeling Barmhartigheids Post, Afdeeling van het Leger des Heils.

*) Art. 65 van de Armenwet 1912, heeft hoop op eenige verbetering hierin doen ontstaan. De resultaten geven echter voorloopig niet veel reden deze hoop voor gewettigd te houden. Praeadvies over „Maatregelen tegen plichtverzakende gezinshoofden. B. XIII 1913 van de geschriften van de Ned. Ver. v. Armenzorg en Weldadigheid.

') De indeeling naar beroep van de bedeelden toonde te Hamburg in 1907 aan, dat van 13,615 geheel of gedeeltelijk tot werken in staat verkeerende vrouwen 1.697 werksters of waschvrouwen waren, 943 naaister, 519 arbeidsters zonder bijzondere opgaaf van het arbeidsvak, 312 koopvrouw, 202 huishoudsters, waakstere, kindermeid, 163 kleermaaksters, schoonmaaksters, 156 borduursters, 632 zonder opgaaf van beroep. Voor Amsterdam of Nederland bestaan geen statistieken.

Sluiten