Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dere1). Voegt men daarbij de gebrekkige controle en de verouderde methode van de hulpverleerung, dan wordt het bij de reeds geringe moreele waarde der behoeftigen begrijpelijk, dat door den huidigen toestand een verwoestende in plaats van een opbouwende kracht in stand gehouden wordt.

Niet alleen, dat de armen zeer nauwkeurig ingelicht zijn over het bedrag der bedeeling bij de diaconieën (door de groote verscheidenheid der voorwaarden beslist de arme over de eventueele voordeeligheid zelf, om zoo te zeggen „casuistisch"), maar zij onderzoeken, binnen het diaconaal terrein ook nog, waar aldaar het grootste voordeel gelegen is. Voor de reorganisatie van een der diaconieën bv. besliste elke diaken autonoom in zijn wijk over het bedrag der bedeeling. Het gevolg was, dat door sommige armen met alle wijken een proef genomen werd. Er waren er, die alle wijken tot dat doel bewoond hadden en ten slotte in de eerste, de mildste, terug kwamen.

De diaconieën trachten zich tegen dit algemeene kwaad door bijzondere bepalingen in hare reglementen te beschermen. De taak der Kerk echter, welke allen die dat wenschen, in haar genqotschap op moet nemen, biedt de grootste moeilijkheid voor eene weigering tot opname.

Dit kwaad heeft ten slotte in 1898 tot de eerste poging geleid, om door een Centraal Naamregister van de bedeelden ten minste' te weten te komen of een arme reeds van andere kerkelijke besturen bedeeling ontvangen had. De meeste kerkelijke armbesturen en een aantal particuheren sloten zich bij dit register, opgericht door de Ver. van Armbesturen, geleidelijk aan. Na invoering der Armenwet 1912 en de oprichting van den Armenraad, ontbond de Vereeniging zich. De Armenraad nam het register over; de deelname daaraan nam geleidelijk toe. In 1916 waren de kerkelijke armbesturen en het overgroote deel der particuliere vereenigingen bij den Armenraad aangesloten. De bedeelende instellingen van algemeenen aard zonden nagenoeg alle inlichtingen over de door hen verleende ondersteuningen in').

') Er is ons zelfs een authentiek geval bekend, waarin eene vrouw, naar ze voorgaf, met een Protestantschen en een Katholieken man getrouwd was, die zij om beurten liet optreden, naarmate de bedeeling dit telkens vereischte.

) Eene statistiek der meervoudige gelijktijdige bedeelingen te Amsterdam, samengesteld uit mededeelingen van 24 Bed. Instellingen van algemeenen aard (er

°" b^ Z n°g y hebbende op 8.372 verschillende gezinnen bracht

aan net Jicnt (1916):

Sluiten