Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hij biedt een onuitputtelijke bron van weigeringen

Er behoeft nier op gewezen te worden, hoe door zulk een toestand de werkelijke christelijke liefdadigheid dikwijls tot een caricatuur wordt. De werkkracht der Kerk wordt feitelijk verlamd door de overlading. De geloofsgenoot wordt, ondanks alle beperking, niet bereikt, de meêst geëigende middelen tot behandeling der armen worden niet of slechts zelden aangewend. De reden, dat men slechts schoorvoetend tot eene uitbreiding van het Armenregister overgaat, heet meermalen, dat men de schande van den armen broeder niet aan de openbaarheid mag prijsgeven »), wordt door de armen zelf door hunne zeer groote openhartigheid op dit punt, te niet gedaan.

Beschouwt men het vraagstuk der geloofsbehjdenis, dan geeft deze nog meer aanleiding tot een klacht over het gebrek aan samenwerking. Waar zeer dikwijls zelfs ontwikkelde leden geen geloofsonderscheid weten te ontdekken tusschen evang. luth. en hersteld ev. luth., tusschen remonstranten en doopsgezinden, tusschen afgescheidenen, gereformeerden en christelijkgereformeerden, waar de dogmatische geschilpunten overwegend door theologen worden uitgemaakt, zou men willen vragen: waar begint het zelfstandig oordeel van de geschetste armenklase, zoodat zij met begrip van zaken tusschen alle protestantsche' kerken kiezen kan. Zijn deze losse arbeiders, deze arbeidsschuwen, deze ouden, zieken en zwakken, deze zoo moeüijk te behandelen' armen uit de stegen en sloppen der groote steden wel in staat, om over die dogmatische verschillen te oordeelen, waar zij zelfs eene eenvoudige bewijsvoering bij alledaagsche zaken niet kunnen volgen? Den geloofsgenoot treft men in hen zelden aan, wel een mensch, dien men met behulp van hart en verstand helpen kan, onverschillig of de betrokkene lid is van deze of gene kerk.

Tegenover deze feiten verliezen de gewone bedenkmgen alle recht van bestaan. De armen zoeken hulp en ter verkrijging daarvan laten zij zich die geloofsrichting aanleunen, of toekennen, welke daartoe bevorderlijk is.

Jl ^ÜL*?*h"nt.'ek gCVaI : Aan twee "Harige moedertjes werd bedeeling geweiZ v!• .?'J nlet gegeid &noee kerke kwamen en haar kinderen! niet naar de catechisatie stuurden. Zulke voorheelden zouden ad libitum te vermeerderen zijn „iJ Aang"len Centrale Register enkel voor Armbesturen toegankelijk is is rrmPnee,r.HUKd- jkj Wat °nder »°Penbaarbeid" wordt verstaan, vooral daar waar'de armen zeii dij andere armbesturen aankloppen.

Sluiten