Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De woningtoestanden, drankmisbruik en arbeidssehuwheid.

Stelt men drie belangrijke oorzaken op den voorgrond, welke op het leven van den oeconomisch-zwakke grooten invloed uitoefenen, dan zijn deze, behalve zijn onvermogen, om zich zelfstandig tot een productieve kracht op te werken, ten eerste de uiterlijke factor van de woningtoestanden, ten tweede het drankmisbruik en ten derde, het meeste doorslaggevende om hem in armoede te houden: zijne arbeidsschuwheid. Deze factoren moeten in aanmerking genomen worden, wil men het vraagstuk eener verbetering practisch ter hand nemen.

Wat de behuizing der armen aangaat, heeft slechts ééne diaconie het haar plicht geacht, schadelijke woningstoestanden bij de betrokken autoriteiten aan te geven *), hoewel op het gewicht van deze zijde van het armenvraagstuk zoo algemeen de nadruk wordt gelegd *).

Geen enkele diaconie brengt gevallen van (kankmisbruik bij de Vereenigingen tegen drankrnisbruik aan of staat met het Consultatie-bureau in betrekking *), hoewel eenstemmig is erkend, dat de helft van alle armoede aan drankzucht van het gezinshoofd te wijten is.

Alleen de R. K. Armbesturen maken daarop eene uitzondering. Zoodra een dergelijk geval zich voordoet, wordt het aangegeven bij de Vincentius-Vereeniging, welke de poging tot zedelijke opheffing ter hand neemt. Het wederzijdsche werk vult elkaar goed aan.

*) De Evang. Luth. kerk, reeds jaren voordat de Woningwet in werking trad. Aan dit gewichtige punt is in Hamburg groote aandacht gewijd. Het Armencollege van Hamburg is na zijne hervorming in 1893 een onderzoek naar de woningtoestanden begonnen. In 1895 kwam eerst de voortgezette statistiek over personen en vervolgens het onderzoek naar kostgangers en de woning-toestanden, terwijl § 10 van het huishoudelijk reglement van den armverzorger eischt, dat bij de woningen van de armen kent, als zijn eigen huis en dat, hij tegenover slordigheid en onzedelijkheid overal moet optreden, en, indien daarvoor aanleiding bestaat, aangifte doen. De bedoeling van dit voorschrift is, den arme gezond te houden, hem moreel sterker te maken, opdat hij zich zooveel mogelijk ook oeconomisch weer oprichte. De bedeeling kan echter dit hooge doel alleen met kans op succes nastreven, wanneer een aantal met de behoefte overeenkomende, goedkoope en gezonde woningen ter beschikking staan, terwijl omgekeerd het gebrek aan zulke woningen de poging, om de armen op te heffen, met lamheid moet slaan, aangezien tegenover volslagen dakloosheid ook de gebrekkigste woning nog als het mindere kwaad beschouwd moet worden.

2) 55e Mededeeling van de Duitsche Vereeniging voor Armenzorg en Weldadigheid. „Die Fürsorge für Erhaltung des Haushalts". V. Hollander, Burgermeister in Mannheim, pag. 19: „Trifft der Armenpfleger in der Wohnung des Armen gësundheitswidrige Zustande an, so hat er seinerseits beim Hausbesitzer auf Abhilfe zu dringen und eventuell unerbittlich Anzeige bei der zustandigen Behörde zu machen.

*) Mocht hierop eene uitzondering zijn ontstaan, dan kan deze slechts van zeer recenten datum, en dan nog van allergeringsten omvang zijn.

Sluiten