Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het totaal aantal der verzekerde werklieden in Nederland mag op een half millioen of meer geschat worden *).

Daar de vakbeweging het verzekeringswezen door eigen fondsen weinig behartigt, zijn de werkliedenfondsen, met of zonder steun van de patroons, vrij talrijk —1 doch ook de fabrieksfondsen zijn verre in de minderheid bij de algemeene fondsen, waarvan dus de deelneming voor iedereen openstaat.

Zoodra de armen bv. bij het „Algemeen Ziekenfonds van Amsterdam (A.Z.A.) verzekerd zijn, kunnen zij vertrouwen op de uitbetaling. Er bestaan echter een groot aantal niet te controleeren kleine ziekenf ondsjes, welke duur en streng zijn, snel schrappen of de uitbetahng weigeren. Daarheen vloeit een groot deel van het inkomen van den arme zonder dat de tegenpraestatie ooit gegeven wordt.

Algemeen mag aangenomen worden, dat deze verzekeringen, de begrafenis- en ziekteverzekering, bij het volk ingeworteld zijn, samengegroeid met zijne zeden, deel uitmakend van zijne levensgewoonten *).

Ouderdomsrenten en weduwen- en weezenfondsen behooren tot de uitzonderingen. Een vrij groot aantal fondsen geven echter eene uitkeering bij overlijden.

De hoop der kerkelijke armbesturen op verlichting van hunne zware zorgen door de arbeidersverzekering is zeer groot. Eene verdere terreinverschuiving wordt algemeen verwacht.

Pensioenfondsen.

*) Directie van den Arbeid: „Onderzoek naar de in Nederland bestaande fondsen tot ondersteuning van arbeiders bi] ziekte" 1912.

Ziekenfondsen in Nederland. Prof. W. Stoeder, dr. C. J. Snijders, dr. G. P. van Tienhoven, dr. D. H. Ribbe, 1895. , . ,™

2) De R. Kath. en de H. Ev. Luth. arm verzorgers deden de ervaring op, dat juist hunne armen slechts bij uitzondering bij een fonds waren aangesloten. De Israëlieten daarentegen zijn gewoonlijk dubbel en dwars verzekerd, zelfs tegen diefstal en inbraak. Menigmaal zijn de armen dubbel verzekerd, vooral voor kraamverzorging. De armbezoekers hebben dikwijls de grootste moeite om eenigszins op de hoogte te komen van de feiten. Betrouwbaar materiaal is over deze quaestie niet verzameld.

Een rapport in 1900 over de Amsterdamsche Ziekenkassen uitgebracht samengesteld op verzoek van den Minister van B. Z. A. Kuyper, (ter voorbereiding van een wetsontwerp voor de ziekteverzekering) kon slechts onvolledige gegevens-verstrekken wegens de terughouding van fondsbesturen en doctoren. Het verzamelde materiaal ging over een totaal aantal verzekerden van 123.682 volwassenen en 80.055 kinderen. 39-55 % waren bij het A.Z.A. aangesloten, de overige bij 18 kleine kassen. Het aantal verzekerden, genoemd in het „Onderzoek van de Directie van den Arbeid" 92.076 voor Noord-Holland, is dus waarschijnlijk véél te gering. Eenzelfde conclusie in: mr. W. H. A. Elink Schuurman, Ziekteverzekering en Werkliedenziekenfondsen in Nederland, 1917.

Sluiten