Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ten tijde, waarin het bijzonder onderwijs slecht georganiseerd was, hebben de diaconale scholen een grooten invloed ten goede uitgeoefend, zij hadden beslist hun recht van bestaan. Sedert de wet van 1854 de Gemeente tot het geven van kosteloos openbaar lager onderwijs verplicht heeft en de leerplichtwet. 1900 dit verscherpte, is het recht van bestaan van bijzondere armenscholen.N voor zoover ze niet op religieus-dogmatischen grondslag rusten,* niet meer aanwezig^)

Hieruit volgt dan ook, dat de bijzondere volksscholen bhna zoqder uitzondering aan katholieken of orthodoxe protestanten toebehooren.

De verschuiving der genoemde terreinen sluit zich aan bij de geheele verschuiving der armenlasten. Ook hier is de budgetoverlading de reden tot een overgaan op een andere gemeenschap, die der gemeente.

Hoezeer de behandehng der armenzorg langzamerhand aan de kerkelijke armbesturen ontglipt.kan uit de verhouding der drie groepen armenzorg, van de burgerlijke, de kerkelijke en de particuliere armenzorg, geconstateerd worden.

Van de gezamenlijke kosten kwam ten laste van het Burgerlijk Armbestuur in 1895 44.40 %, ze stegen in 1910 op 50.02 %, voor de kerkelijke armenzorg daalden ze in denzelfden tijd van 47-44 % °P 34-36 %. Voor de particuliere weldadigheid stegen ze van 8.05 % op 15.62 %

In het aantal der bedeelden had dezelfde beweging plaats.

Het is een onloochenbaar feit, dat zich eene groote verschuivende beweging sedert een halve eeuw voltrekt, eene verschuiving van de kerkelijke naar de burgerlijke en particuliere zijde, welke zich in de laatste decenniën zeer verhaast heeft.

") De jaren 1910—1913 zijn niet bewerkt, het jaar 1914 geeft reeds een onbetrouwbaar beeld wegens de oorlogsmaanden Aug.—Dec. Meer recente cijfer* zijn daarom niet te geven.

Sluiten